Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zijn, om deze betere organisatie over heel de wereld tot stand te brengen, en vooral of niet de voordeelen daarvan zouden worden geneutraliseerd door andere omstandigheden, waarhij o. m. te denken valt aan de wijze, waarop de sociaal-democratie de arbeiders heeft „opgevoed". In elk geval is het nog niet te bewijzen, dat de socialistische voortbrenging leiden zal tot een veel en veel hoogere productie. Men hoopt, men verwacht het, maar uiteraard moet de absolute zekevheid ontbreken.

De heer W i b a u t geeft dan ook niet onduidelijk te verstaan, dat men in afzienbaren tijd nog behoefte aan een „regeling in de verdeeling", m.a.w. aan een loonregelingzal hebben. En zal de productie zoo hoog mogelijk opgevoerd worden, dan zullen allen), die daartoe geestelijk en lichamelijk in staat zijn, ook arbeid moeten verrichten. Op de eene of andere manier zal dus de regel toegepast moeten worden: „wie niet werkt, zal ook niet eten". Weer een reden, waarom men de behoefte zal blijven gevoelen aan een loonregeling in den een of anderen vorm, die zeker verhand houdt ook met de arbeidspraestatie.

Anders dan in het „Luilekkerland1", waarvan men ons in onze kinder- ' jaren vertelde, zullen in de socialistische maatschappij de gebraden duiven niemand in den mond vliegen. Er moet gewerkt worden, zij het dan,, hopelqk gedurende een minder aantal uren en onder gunstiger omstandigheden dan in de huidige samenleving.

Ook K a u t s k y geeft aan het loonstelsel nog een lang leven, zelfs in de nieuwe maatschappij. „De verdeeling der goederen in een socialistische maatschappij", schrijft hij, „zal in afzienbaren tijd slechts geschieden in vormen die voortkomen uit de bestaande loonvormen en van deze een verdere ontwikkeling zijn. De nieuwe verdeeling zal deze vormen als uitgangspunt moeten nemen.

K a u t s k y bouwt, evenals W i b a u t, zijn verwachting voor het grootste deel op de enorme vermeerdering van de productie onder „bet socialisme". Duidelijk blijkt dit uit zijn bekende voordracht, destijds gehouden voor de Delftsche ingenieurs en later uitgegeven onder den eigenaardigen titel Am Tage nach der Eevolution. Wel zegt hij daarin, dat het niet de taak der socialisten is, om recepten te ontwerpen voor de gaarkeuken der toekomst; voorts dat „de sociale revolutie" een proces is, dat tamelijk lang duren kan, maar toch waagt hij zich aan een beschouwing van de problemen, waarvoor het socialisme zich geplaatst zal zien, zoodra het de macht ten volle heeft verworven.

Welnu, wat moet die toekomst brengen? Allereerst — betoogt K a u t s k y ' — zal het overwinnende proletariaat maatregelen moeten treffen om allen nood, die uit werkloosheid voortvloeit, op te heffen. De „burgerlijke" maatschappij „peutert" aan het werkloosheidsvraagstuk, maar kan het niet radicaal oplossen. Dat blijft de taak van de tot volle machtsontwikkeling gekomen arbeidersklasse. De arbeider moet zekerheid van bestaan hebben, ook wanneer hij niet werkt. Dat feit alleen reeds maakt hem vrij. Bevalt hem straks zekeren arbeid niet, kan hij niet met zijn superieuren overweg, dam zal hij het werk neerleggen. Te eten heeft hij tóch. In al zijn behoeften

Sluiten