Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berns tein's conclusie is dan ook, dat niet het loonstelsel zelf moet verdwijnen, maar dat het btreven gericht behoort te zijn op verdere ontwikkeling en vervolmaking van dit systeem.

Dat aan die „ontwikkeling" en „vervolmaking" behoefte bestaat, wordt ook wel door mannen erkend, die aan de mogelijkheid van algeheele „socialisatie" over heel de wereld niet gelooven. De groote schaduwzijden en gebreken van bet loonstelsel, zooals het tot dusver in de moderne maatschappij werkte, zijn zoowel door theoretici als door mannen van de practijk in het licht gesteld.

Zelfs sprak de Roomsen-Katholieke Oostenrijksche School in de z.g.n. „Haider-thesen"1) een principieel veroordeelend vonnis uit over het systeem als zoodanig.

Deze school — waartoe o.a. behooren baron Von Vogelsang, Weiss en Ratzinger —ziet in de vennootschap tusschen kapitaal en arbeid den eenig rechtvaardigen vorm van contract. Zij verwerpt het leencontract, of meent alhans dat den arbeider boven zijn gewone „loon" nog een' deel toekomt van de opbrengst van het product. De maatschapsgedachte wordt door hen gepropageerd.

„De arbeidsovereenkomst" — aldus de Haider-thesen — „Is geen overeenkomst van koop of verkoop, wijl de arbeid als het zedelijk voortbrengsel van 'a menschen werkkracht niet van hem gescheiden kan worden om aan een ander te worden overgedragen. Om dezelfde reden is het geen overeenkomst van verbuur of huur". De Christelijke zedeleer vordert, volgens Von Vogelsang c.s., „dat de overeenkomst tusschen werkgever en werklieden, tot heden zonder eenigen rechtssteun, den vorm aanneme van een overeenkomst van maatschap in den strengen zin van het woord".2)

De overgroote meerderheid der Roomsche sociologen deelt deze opvatting niet. Aengenent acht de theorie van de Oostenrijksche School onhoudbaar om verschillende redenen. „Vooreerst ontbreekt zeer dikwijls bij den arbeid een product, dat deelbaar is, men denke aan den arbeid, die verricht wordt door een brievenbesteUer, een tramconducteur, een kappersbediende3) Waar zulk eeni product wel is aan te wijzen, is het in zeer vele gevallen al zeer duidelijk, dat van een eigendomsrecht op dat product bij den werkman en dus van eeü verdeeling onmogelijk sprake kan zijn, bijv. als een schilder eenj huis schildert, een tuinier een tuin aanlegt, is het toch duidelijk, dat door hem noch op het huis noch op den grond eenig recht verkregen wordt. En waar wel een product tot stand komt, dat patroon en arbeider zouden kunnen deelen, daar stuit de berekening, wat nu juist het

*) Deze Roomsen-Katholieke sociologen kwamen in 1882 op het slot Haid in Bohémien bijeen. Daar formuleerden zij hun voornaamste stellingen. Vandaar de naam ,.fiaider-thesen".

*) Men zie die toelichting der Haider-thesen door Von Vogelsang in österreichieche M on atecbr i f t für Oihtristlioh Sozialreform, band V, blz. 343 en vlgg. .

*) Hiertegen is wel iets aan te voeren. De kappersbediende bijv. „produceert niet in eigenlijken zin. Maar de opbrengst van de zaak, waarin hij werkzaam is, is wél deelbaar.

Sluiten