Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich en huisgezin te onderhouden. Zij kunnen niet wachten^ totdat de onderneming, die dikwijle in de eerste jaren geen winst afwerpt, voordeel oplevert. Ook dit is een) reden, waarom associatie onmogelijk is".

3o. „Bovendien, behalve dat de associatie onmogelijk is, bij de pacht van •enj land of bij het leenen van kapitaal zien wij hetzelfde gebeuren als bij het looncontract. Ook de pachter en de geldleener zien af van hun aandeel in de opbrengst, en stellen zich tevreden met een bepaalde som of een soort procent. Toch noemt niemand dit onrechtvaardig".

Deze laatste redeneering zal wel het minst overtuigen, omdat er een groot verschil is tusschen het pacht- en het looncontract.

Eindelijk noemt Aengenent nog als een laatste argument, dat Paus Leo XIII het looncontract evenmin veroordeelde als de moraaltheologen.

Ook wij kunnen met de principiëele veroordeeling van het loonstelsel geen instemming betuigen. Uit de Heilige Schrift kan niet één uitspraak worden aangehaald, die het loonstelsel op zichzelf wraakt. En tegenover velerlei nadeel, dat wij erkennen, staat toch ook menig voordeel. Paul Leroy Beaulieu schreef: „Het loon maakt den arbeider verantwoordelijk voor eigen arbeid en verhindert, dat hij afhankelijk wordt van werkzaamheid, zaakkennis en bekwaamheid van anderen. Het loon is een soort verzekering tegen de mogelijke onbekwaamheid van den ondernemer".

Een zeer solide „verzekering" moge het loonstelsel niet zijn — de arbeider ondervindt al spoedig de gevolgen van verkeerd zakenleven — een element van waarheid ligt in deze uitspraak ongetwijfeld. Toch mag wel aandacht worden geschonken aan de pogingen, om het loonstelsel te verbeteren en het arbeidsloon op hooger peil te brengen.

De „Oostenrijksche School" telt onder de Roomsch-Katholieken weinig aanhang.

Maar zn" staat toch bij haar verdediging van de „maatschapsgedachte" niet alleen. VonThünen, de man, die met zooveel warmte opkwam tegen de theorieën der klassieke economen, deelt de opvatting, dat de arbeider recht heeft op een deel van het product. Hij heeft bovendien een poging gewaagd, om in een algebraïsche formule den maatstaf voor de berekening van het loon vast te leggen: „het natuurlijke loon is de middenevenjredige term tusschen de behoeften van den arbeider en het product van zijn arbeid". Stelt men de behoeften voor door a, het product door p, het loon door s, dan wordt het dus: a : s = s : p; dus sz = ap; dus s = V ap. *) Dat deze poging niet geslaagd mag heeten, behoeft wel geen betoog. Het loon vraagstuk kan men niet met algebraïsche formules oplossen! Zelf heeft Von Thünen ook in de lijn van het participatiestelsel gewerkt.

De nadeelen van het loonstelsel zijn door zeer velen gevoeld. Theoretici eni practici hebben energieke pogingen aangewend, om deze door „winstdeeling" en „bedrijfsmedebezit" („profitsharing" en „copartnership") te ondervangen, ja geheel weg te nemen.

l) Men vindt deze uiteenzetting van v. Thünen in een beschouwing over het natuurlijk loon in het tweede d=!el van Der isolierte Staat.

17

Sluiten