Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaarlrjksch winstaandeel biedt hem meerdere gelegenheid, om met de variëjerende uitkomsten der onderneming rekening te houden.

Tegen dit systeem kan men moeilijk als overwegend bezwaar opwerpen, dat de arbeider, die deelt in „de winst", ook mede voor de verliezen aansprakelijk moet worden gesteld. Als er verliezen zijn, krijgt de arbeider natuurlijk geenj winstuitkeering. Hij ontvangt zijn loon evenals de obligatiehouder zijn rente. Zelfs i6 het mogelijk, dat men in tijden van depressie zijn loon verlaagt, terwijl men de rente der geleende kapitalen niet verlagen kan. Mislukt de onderneming, dan verliest de kapitalist geheel of gedeeltelijk zijn geld en de arbeider zijn broodwinning. Het is mogelijk, dat hij spoedig iets anders heeft. Maar de kans is ook zeer groot, dat hij langen tijd werkloos is. Niet onjuist is daarom de opmerking van C h. G i d e. „Kapitaal en arbeid hebben ieder hun bijzondere risico, die men niet moet verwarren". Anders staat d|e zaak natuurlijk, voor zoover de arbeider mede-aandeelhouder is. Dan deelt hij als zoodanig vanzelf ook in de verliezen.

Er is een ander bezwaar, aan den nood van het arbeidersleven ontleend. In het arbeidersinkomen wordt door de variëerende winstuitkeering een onstandvastig element gebracht.1) Is enkele jaren steeds een dividend uitgekeerd, dan richt zich het arbeidersbudget daarnaar en ontstaat ontevredenheid bij het uitblijven. Geheel wegredeneeren kan men dit bezwaar niet. Toch hechten wij er geen/ groote beteekenis aan. Immers is er een groote schare arbeiders, die variëerende inkomsten heeft. De sociale politiek en de actie der Vakvereenigingen is er op gericht, om altoos een zeker minimum te waarborgen, maar variatie komt ook zonder winstuitkeering herhaaldelijk voor. Als het minimum gewaarborgd is, zijn de bezwaren tegen eenige variatie minder groot.

Moeilijkheden zijn er bij de toepassing in bedrijven, waarin de boekhouding veel te wenschen overlaat. Zoo bijv. in den landbouw. Maar allengs zal dit bezwaar voor de grootere bedrijven toch wel wegvallen. De beteekenis van een goede boekhouding wordt meer en meer in de kringen van alle ondernemers verstaan.

Wel verstaan wij ten volle, dat een onderneming, die nog voldoende stevigheid mist, die aan zware concurrentie het hoofd moet bieden, veiligheidshalve de winst liever reserveert, dan een aanzienlijk deel daarvan te besteden voor uitkeeringen aan het personeel. Gewoonlijk ziet men de dividenduitkeeringen aan het personeel dan ook alleen in ondernemingen;, die om de een of andere reden! in bijzondere conditie verkeeren.

Wordt de winstuitkeering opgenomen in de individueele arbeidsovereenkomst — die natuurlijk aan de minimum-eischen van het collectieve contract moet voldoen —, en alleen/ dan draagt zij niet het karakter van een welwillend-verleend douceurtje, dan is contröle van de zijde der arbeiders eisch. Maar ook daaraan zijn niet zelden groote practische bezwaren

*) Zi|. Mr- p- A- Diepenhorst, Voorlezingen over die Economie, dl. III, blz. 129 e.v., waarin enkele voor- en nadeelen kort worden opgesomd.

Sluiten