Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de productie-coöperatie. Die productieve associaties zijn veelal mislukt. De gebrekkige sociale opvoeding der arbeiders deed ben de beteekenis van de bedrijfsleiding niet verstaan. Men vergete hierbij niet, dat de proeven met de productie-coöperaties veelal genomen zijn in een tijd, toen de arbeiders veel minder ontwikkeld waren dan tegenwoordig en nog niet die organisatorische scholing bezaten, waarover zij thans beschikken. Toch Ltelt productieve coöperatie nog altijd aan alle deelnemers zeer hooge eischen. Bij bedrijfsmedebezit nu hebben de arbeiders als aandeelhouders wel eenigen invloed, maar de leiding zal zich dan toch beter kunnen handhaven dan bij de zuivere productieve associatie. Het is reeds een voordeel, dat de leider, de directeur, veelal niet heeft behoord tot den kring zijner arbeiders-deelgenooten. Dit verschaft hem een zeker prestige. Maar dit is toch het voornaamste nog niet. Dank zijn opleiding, is zijn algemeene ontwikkeling grooter en zijn commercieele kennis uitgebreider. Twee dingen, die voor de 1 e i d i n g van een modern bedrijf méér beteekenis hebben dan technische kennis van het „vak", dat in de onderneming wordt beoefend. Ook zal men bij bedrijfs-medebezit minder tobben met het bijeenbrengen van een! flink b e d r ij f s k a p i t a a 1 dan bij de productieve coöperatie steeds het geval was.

Zoo zijn er, vergelijkenderwijs, vele voordeden. Maar de bezwaren, waarop ook de heer S t o r k wees, blijven bestaan.

Reeds dadelijk is het een moeilijke vraag: hoe tot de omzetting der bedrijven te komen? Hoe aan de arbeiders „medebezit" te verschaffen?

Gewoonlijk wordt het winstaandeel geheel of gedeeltelijk omgezet in een aandeel in de onderneming. Men gevoelt ook onmiddellijk het bezwaar: de bewegingsvrijheid van den arbeider dreigt belemmerd te worden. Het bezwaar is echter bij goede regeling nog wel te ondervangen. Er moet dan bij bet verlaten der onderneming recht op uitkeering zijn. Dat is billijk. Het aandeel, allengs door den arbeider volgestort, verkreeg immers zekere waarde. Vooral indien de onderneming goed rendeert. Maar in verband met bet groote bedrijfskapitaal, dat een moderne onderneming van eenigen omvang behoeft, zal het gedeelte der aandeelen, dat op deze manier in het bezit der arbeiders kan komen, toch slechts gering zijn.

Een andere vraag is: zullen de eigenaren der bestaande ondernemingen voor een ontwikkeling in deze lijn veel gevoelen? Op grond van de tot dusver opgedane ervaring en gelet op de stemming ook in arbeiderskringen, schijnt men wel ontkennend te mogen antwoorden.

Wel kan voor speciale arbeidersgroepen in deze richting iets bereikt worden. Ook bij de oprichting van nieuwe vennootschappen. Van meet af kan men daar vaststellen, dat het aantal „arbeidsaandeelen" een zeker percentage van de kapitaalsaandeelen moet bedragen. Die arbeidsaandeelen zullen dan het gemeenschappelijk eigendom moeten zijn van het vaste personeel. Van een uitkeering bij vertrek behoeft aUeen sprake te zrjn, indien de arbeider iets gestort heeft, of indien hem een winstaandeel, dat hij anders geregeld zou hebben ontvangen, werd onthouden. De aandeélen zelf behooren onvervreemdbaar te zijn. Zij vertegenwoordigen

Sluiten