Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ontwikkeling van het bedrijfsleven gaat veelszins in andere lijn. Voor zoover het „openbaar bedrijf'' veld wint, kan er van winstdeeling en bedrijfsmedebezit natuurlijk geen sprake zijn. En bij „economische organisatie" als bijv. in het grafisch bedrijf, wordt al evenmin in deze richting de oplossing gezocht^ Bij de verbruikscoöperatie neemt de winstdeeling aan de arbeiders als producenten een zeer ondergeschikte plaats in. Daar staat op den voorgrond het dienen van de belangen der arbeiders in hun qualiteit van v er bruikers.

Ook wettelijke regeling of het toekennen van bijzondere voorrechten aan vennootschappen met arbeidsaandeelen, is aUeen mogelijk, indien de publieke opinie zich krachtig ten gunste van dit systeem gaat uitspreken). Maar zelfs door de arbeiders wordt in deze richting geen actie gevoerd. En zoolang het resultaat slechts ten goede komen kan van een speciale groep — en gezien de moderne bedrijfsverhoudingen en het groote aantal „losse" arbeiders, valt aan toepassing over de geheele lijn wel niet te denken —, is ook geen krachtige algemeene actie te verwachten.

Wel blijft de grondgedachte bekoren. De arbeiders nemen toe in ontwikkeling. Zq' willen allereerst meespreken1 over hun arbeidsvoorwaarden. Zij wenschen een rechtspositie in het bedrijf. In den maatschappelijken vooruitgang willenj zij, terecht, al meer deelen. Een grooter deel van de materiëele en ideëele cultuurgoederen eischen zij met volle recht voor zich op. Op den duur zullen zq ook inzake de leiding van heel het bedrijf meer invloed wiUen oefenen. Politieke democratie harmoniëert niet duurzaam met economische afhankelijkheid en onmondigheid.

Maar dit goede beginsel zal, naar het ons wil voorkomen, veelszins op een andere wijze toegepast moeten worden. De ontplooiing van het organihatorische en coöperatieve leven in de Maatschappij eenerzijds, de ontwikkeling van het „openbare bedrijf" in nieuwe vormen1) en de „sociale politiek" anderzijds, wijzen ons hier een weg, die meer algemeen betreden kan worden. Maar het ligt buiten het bestek van dit referaat, om met name het denkbeeld van de „bedrijfsorganisatie" verder uit te werken.

Dit zal, vertrouwen wq, door andere inleiders op het tweede Christelijksociaal Congres geschieden.

De „oude wereld" van het liberale individualisme, van de geheel vrqe, ongebonden „kapitalistische" productie, is voorbij. De Maatschappij gaat in de lijn van organisatie. En het zal de taak der Overheid zijn, om dit organisatieleven in de rechte banen te leidien. Maar in verband daarmede worden ook de arbeiders al meer tot een verantwoordelijke taak geroepen. Worde er dan gearbeid aan hun sociale opvoeding in Christelijken geest I

De gebeurtenissen van dezen tijd in binnen- en buitenland stellen duidelijker dan ooit de noodzakelijkheid daarvan in het lieht!

*) Waardevolle opmerkingen ook over de ontwikkeling van het openbar bedrijf in nieuwe vormen, geeft Dr. J. v. Hettinga Tromp in Het Sociale Arbeidscontract, Amsterdam, 1913.

Sluiten