Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. HET TALYORSTELSEL.

Door Jhr. Mr. K. J. Schorer.

Hem die het taylorstelsel bestudeert moet het opvallen, dat het niets op zichzelf nieuws bevat, doch slechts eene consequente toepassing is van reeds bekende gegevens. Zooals Taylor zelf zegt: het is niet eene uitvinding, doch eene evolutie. (Publications Posthumes).

Frederick Winslow Taylor heeft zeer goed ingezien, dat de menschelijke arbeid de meest gewichtige factor bij de productie van goederen is, en dat de aanwending van dien arbeid nog nimmer tot in de uiterste puntjes was nagegaan en gehoekt.

Hij constateerde, dat met de arbeidsprestatie van den mensch veelal in de nijverheid verkwistend wordt omgegaan, en dat op dit zoo kostbare goed nog heel wat te bezuinigen viel, indien men zich van de aanwending van den arbeid eerst maar eens behoorlijk rekenschap gaf. Hij trok dus in den kring zijner onderzoekingen den arbeidsgang in zijn geheelen omvang. Juist dat hier het menschelijk arbeidsvermogen tot voorwerp eener diepgaande studie wordt gemaakt, moet ons terstond wakker maken en wakker houden. Immers het arbeidsvermogen is het kostbaarste goed, dat de mensch van den Schepper heeft ontvangen. Het is dat deel van het nationale vermogen, dat vóór alles geen schade mag lijden bij de voortbrenging van goederen; het is in één woord het kostbaarste bezit van het individu, van het volk in zijn geheel. Wanneer wij dus zien, dat een ingenieur ten einde het rendemenjt der door hem geleide industriëele onderneming te verhoogen de arbeidsprestatie gaat bestudeeren, dan is er voor ons alle reden om ons af te vragen, of bij de conclusiën, die hij trekt, de arbeidsprestatie niet te eenzijdig is beschouwd, en wel te zeer uit het oogpunt van den ondernemer. Taylor evenlwel heeft steeds beweerd, en gemeend aangetoond te hebben, dat zijn systeem de belangen van beide groepen, zoowel van werkgevers als van werknemers, geheel vereenigt, ja zelfs met elkaar verzoent.

Alvorens een oordeel over de door Taylor opgestelde regelen voor de bedrijfsleiding uit te spreken, dienten wij na te gaan, welke die regelen rijn. Dit valt uit de geschriften van Taylor niet zoo heel gemakkelijk te zien, omdat hij de gave mist zijne gedachten kort en duidelijk te systematizeeren, en nu eens dit element, dan weder een; ander op den voorgrond stelt. Zijn geschriften maken op mij den indruk van het boekstaven van ervaringen door een ingenieur in de practijk. Hij noemt zijn hoofdwerk „The principles of scientific Management", doch het blijft intuïtieve toepassing van physiologische en psychologische gegevens en het boekstaven van bereikte successen. Zuivere empirie, en van eigenlijke onbevooroordeelde, objectieve wetenschap geen spoor; ja zelfs een tekort, voor zoover het niet technische uitvindingen en verbeteringen betreft.

De regelen door Taylor opgesteld voor de bedrijfsleiding van werkplaatsen hebben ten) doel eenvormigheid in het geheele bedrijf te

18

Sluiten