Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1,2 pet. van de 12.784 ondernemingen die in 1909 meer dan 100 arbeiders in dienst hadden". Het aantal arbeiders in die 149 ondernemingen werkzaam vormt, naar Thompson's schatting, ten getale van 59000, 1 pet. van de 4.115.843 die in 1909 in ondernemingen met meer dan 100 arbeiders werkten.

Thompson wijst er op, dat er vele „failures", mislukkingen, zijn bij de invoering. Als oorzaken daarvan noemt hij, dat de zich daarvoor uitgevende experts dikwijls niet zaakkundig genoeg zijn voor dit moeilijke werk; voorts den tegenstand vooral van de werkmeesters en andere leiders; gebrek aan finantiëele draagkracht der ondernemingen bn' finantiëele depressiën, zooals in 1907, 1913 en 1914. Hij constateert dat de productie met dezelfde machine, met denzelfden arbeider onder het taylor-regiem 2, 3, zelfs 7 tot 10 maal meer rendement kan geven. De loonen stegen met 10 tot 70 pet. bij 50 tot 85 pet. der arbeiders daar, waar het systeem meer dan drie jaren in werking was.

Doch niet het minst verdient het de aandacht, dat Thompson van 113 ondernemingen zegt dat slechts 52,2 pet. een volledig succes opleverden en 30,2 pet. een volledige mislukking. Alweder blijkt, dat de toepassing niet automatisch kan geschieden en blijkbaar de kans van mislukking groot is.

Opvallend is het, dat in het land, dat deze denkbeelden voortbracht, de toepassing betrekkelijk zoo gering is, en van zoo weinig beteekenis. Eene toepassing, die in geen verhouding staat tot de belangstelling die deze proefnemingen overal hebben gaande gemaakt.

Toch moet de invloed van Taylor's denkbeelden daarom niet worden onderschat. Zij liggen naar mijne meening geheel in de lijn der ontwikkeling van de industriëele productie, die steeds elke vereenvoudiging in de voortbrenging gepaard met kostenbesparing door geringere aanwending van menschelijk arbeidsvermogen heeft aanvaard, en waartegen nimmer eenig verzet van de zijde der arbeidsnemers op den duur is geslaagd. Men denke aan de invoering der machine, die toch sterk aan de invoering van het taylorstelsel doet denken (1840. Manchester).

Wij staan op 't oogenblik aan het begin eener periode,' waarin de verarming der volken door kapitaalvernietiging zich hevig zal doen gevoelen. Enkel een intensiever verkeer door handel en transport, gepaard gaande met een verhoogde voortbrenging van goederen kan ons voor de dreigende verarming bewaren. Wij dienen derhalve aan te grijpen wat goed in Taylor's denkbeelden is, en uit te schakelen al hetgeen de volkskracht schaden kan.

Goed iB de voorkoming van verkwisting van tijd en werkkracht en geld door ondoelmatige inrichting, gebrekkige organisatie der bedrijven. Bationteler productie is eea vereischte. Dat op dit gebied nog enorm veel te bereiken valt, is niet te ontkennen. Sleur en luiheid zijn hier de vijanden die dienen te worden bestreden. Tegen de rationalizeering en normalizeering der fabrieksbedrijven kan niemand bezwaar hebben. Zij maken het den arbeider mogelijk met minder inspanning zijn arbeid te verricriten.

Ik stel voorop, dat geen onzer den gang der ontwikkeling van de

Sluiten