Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

industrie kan tegenhouden, zoodra deze industrie op de wereldmarkt moet concurreeren. In de lijn dier ontwikkeling ligt de verdere rationalizeering van den arbeid; ligt dus inderdaad de scheiding van het geestelijke, intellectueele van het lichamelijke. Het arbeidsprocédé blijft niet meer bezit van den arbeider, doch wordt voorbereid, berekend en hem voorgeschreven. De arbeider zal in dien ontwikkelingsgang nog nauwer aan de machine worden verbonden, nog meer worden gespecializeerd. Mede een gevolg dezer verdere ontgeestelijking van de arbeidsverrichting zal hierin zijn gelegen, dat de volleerde vakarbeider vervangen kan worden door aan te leeren minder kostbare krachten. Waar Taylor van den eerste-klas-arheider spreekt, is dit niet de ouderwetsche zeer hoogstaande vakman, doch de zich snel aanpassende ongeleerde kracht, die de heml voorgeschreven werkwijze volgt.

Taylor depreciëert juist den bestaanden eerste-klas-arbeid en maakt zich ook langs dien weg los van de vakvereeniging, die in de Vereenigde Staten de arbeidersaristocratie vormt.

Men kan dien ontwikkelingsgang, die met de uitvinding der machine een aanvang nam, betreuren, en wie denkt niet met verlangen terug aan den romantischen tijd van het kunstvolle handwerk, en toch der werkelijkheid recht in de oogen zien.

Indien dit juist is gezien, dan volgt daaruit echter niet, dat nu de arbeider als instrument moet worden gedacht, en dat alles moet worden aangewend om hem machteloos als enkeling over te leveren aan de door het bedrijfsbureau vastgestelde taak en tempo, en toe te staan, dat hij door een individueel premieloonsysteem zijn kracht restloos aanwendt.

Hier lijkt mij de achillespees van het taylorstelsel te liggen.

Immers wat ons als wetenschappelijk wordt voorgehouden is dit geenszins.

Taylor en zijn volgelingen stellen met tijd- en bewegingsstudiën een taak met haar tempo voor den arbeider vast en bepalen de rustpoozen.

Terecht is er door Dr. Josefa Ioteyko op gewezen in haar belangrijk werk „La science du travail et son organisation", dat een groote leemte in het •werk van Taylor is gelegen in het ontbreken van wetenschappelijke gegevens over de vermoeidheid der arbeiders. Men neemt de mededeelingen der tayloristen daaromtrent aan als vaststaande gegevens. Wij denken hier aan Smit, en de kogelsorteerders. Dr. Ioteyko wijst er met allen nadruk op, dat het meten der vermoeienis eeni zeer teere zaak is, die alleen kan worden ondernomen door physiologen, die in deze studie specialisten 'ïijn. Juist omdat Taylor en de zijnen de gebruikelijke werkwijzen omver wemen, de bewegingen omvormen en versnellen, en daardoor den menschelijken motor een geheel nieuwe gedaante geven en hem daartoe dwingen, kan de wetenschappelijke contröle niet worden gemist.

Tevergeefs zoekt men in de taylorliteratuur naar gegevens, waaruit de taylormannen hun gegevens over de vermoeidbeidlsgrlenis putten. Het zijn enkel proefnemingen door onbevoegden (waartoe Taylor zelf gerekend moet worden) die hen tot hun stellingen leiden.

Het verwijt, dat het taylorstelsol leidt tot algeheele uitputting door over-

Sluiten