Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spanning, lijkt mij dan ook niet ontzenuwd, en het gevaar daarvoor zeer dreigend. Hier worden waarborgen geëischt, die geheel ontbreken. Zoolang niet is bewezen, dat een langdurig werken onder dit systeem geen afbreuk doet aan de werkkracht, kan het systeem zoo maar niet worden toegepast, en verdient het alle overweging of hier niet inderdaad roofbouw aan de arbeidskrachten wordt gepleegd.

Weinig geruststellend is te dezen opzichte hetgeen Eohert Franklin Hoxie, assistant professor of political economy, University of Chicago, mededeelt in zijn bekend boek: „Scientific Management and Labor", New York 1916, waarvan een zeer goed résumé te vinden is in „Monthley Eeview of the U. S. Bureau of Labor Statistics", vol. n, Jan. 1916 no. 1. Hoxie heeft bij zijne enquête bevonden, dat al hetgeen scientific management opeischt als preventieve middelen om den arbeider tegen overspanning en uitputting te beschermen in de werkelijkheid niet wordt gevcnden. In geen enkel bedrijf heeft hij de bestudeering van den vermoeidheidsgraad aangetroffen. Integendeel deelt hij mede, dat het hem en zijn medewerkers is gebleken, dat het systeem op dit punt absoluut is te kort geschoten. Hij zegt: „Er is niets in de bijzondere methodes van wetenschappelijk bedrijfsbeheer dat het „speeding up" voorkomt waar de technische voorwaarden het toelaten en voordeelig maken". Ook Heisz in het reeds genoemde artikel vindt het het sterkste stuk der geheele taylorliteratuur, dat nuchter denkende menschen maar zoo op gezag van de taylorschrijvers moeten aannemen, dat de arbeider zonder groote vermoeienis, enkel door verbeteringen der werktuigen en bewegingen, het dubbele en zelfs viervoudige quantum arbeid zoude kunnen leveren. H. Münsterberg in zijn „Psychologie und Wirtschaftsleben", Leipzig 1913, maakt zich eveneens aan die fout schuldig,

Even arbitrair is de vaststelling van het loon. Ik heb in het differentiëel premieloonstelsel niets anders kunnen zien dan een relatieve verhooging, die een prikkel is om het zoogenaamde grondloon te boven te komen. Taylor zelf zegt, dat eene verhooging van het grondloon met 60 pet. juist is, daar bij hoogere belooning de prikkel van den arbeider verdwijnt. Waarom? Buitendien is de angst om terug te vallen in het te lage loon voor den op premie arbeidenden man niet meer een gerechtvaardigde prikkel, doch een motief tot overspanning. Het is hier hoog loon of een zeer laag loon als de taak niet wordt volbracht. De. loonkwestie behoort zeer zeker anders opgelost te worden dan door Taylor. Het lijdt immers geen twijfel en ligt voor de hand, dat de vaststelling van het grondloon en der premie onderworpen is aan de wrijving en den strijd om het loon, dienl wij allen kennen. Het is dan ook een vraag of Taylor niet veel te boud spreekt, indien hij beweert, dat zijn systeem stakingen zoo goed als onmogelijk maakt. In de „Publications Posthumus" deelt hij mede, dat enkel twee of drie malen stakingen voorkwamen bij overgang van het oude in zijn systeem, doch nimmer in taylorbedrijven. Hier zal ontegenzeggelijk de vakvereeniging een woord moeten meespreken of de publiekrechtelijke regeling van den arbeid moeten ingrijpen. Doch wat blijft er dan over van het idee van

Sluiten