Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Taylor om een elite van ongeorganiseerde arbeiders te vormen, die trouwen vroolqk met de leiding' bomogeen zijn?

Van een ethisch oogpunt uit bezien lijkt mij de poging, om de solidariteit tusschen de arbeiders te verbreken, eene reactie, die alleen in Amerika kans van slagen kan hebben, en alleen daar kan opkomen. Voor Europeescho arbeidstoestanden is deze tactiek niet bruikbaar, en dat lijkt mij gelukkig. Voor onze toestanden, die zich in de richting van het collectieve arbeidscontract met publiekrechtelijke sanctie bewegen, lijkt mij de tayloropvatting ten eenenmale onbruikbaar en ongewenscht.

Ik vraag mij ook af of het stukwerk niet nog een factor in zich bergt die een voordeel is èn voor den arbeider èn voor den ondernemer. Het stukwerk heeft dit voor, dat in tijden van gunstige conjunctuur de arbeider zijn maxiinum kan geven en de hooge loonen, die het bedrijf kan betalen, erlangt, terwijl hij in crisistijden door minder te produceeren toch nog een behoorlijk loon kan verdienen. Wat echter moet met den arbeider geschieden, die zijn hoogste prestatie reeds geeft? Hoe zal de onderneming hem in crisistijd bet hooge loon kunnen betalen, als zij tengevolge van de gewijzigde conjunctuur met het product geen weg weet?

Economisch is het differentieel stukloon premiestelsel natuurlijk een lapmiddel. Immers aan economische wetten, waaraan de geheele productie is onderworpen, kan het den arbeider niet onttrekken. Het stukloon heeft daarop nog voor, dat het een zekere onberekenbare elasticiteit in zich bergt.

Het taylorstelsel op de geheele nijverheid toegepast kan slechts tengevolge hebben, dat het maximumloon, dat het in 't vooruitzicht stelt, moet dalen. Hieruit volgt alweder, dat de denkbeelden van Taylor die zijn van een ingenieur, die zijn bedrijf enorm verbetert, doch op economische en sociale vragen hoegenaamd geen kijk heeft. Dat dit juist is blijkt wel hieruit, dat Taylor, noch zijn volgelingen gewag maken van de verkorting van den arbeidsdag, noch van de vraag of soms de versnelde productie den arbeider sneller verslijt, en derhalve een volledige en gewijzigde regeling der ouderdomsverzekering op den leeftijd van 40 a 45 jaar niet gewenscht is.

Wat had meer voor de hand gelegen dan om deze zoo terstond naar voren tredende vragen, die als 't ware het complement zijn van het taylorstelsel; te behandelen. Immers kan enkel de verkorting van den arbeidsduur een compenstatie geven tegen de steeds verder voortschrijdende automatizeering van den arbeid in de fabriek. Wie hier over de verkorting zwijgt, miskent het eenige groote voordeel, dat uit de toepassing der taylorideeën is te trekken. Hier verschijnen Taylor en zijn aanhang dan ook geheel in het licht van bedrijfsleiders, die enkel de ondernemersbelangen dienen en ons met groote woorden willen diets maken, dat zij door hun systeem de harmonie der tegenstrijdige interessen bewerken. Geloove wie het kan!

Ik meen, dat het ontbreken van een antwoord op zoo diep ingrijpende vragen uit een sociaal-ethisch gezichtspunt den geschriften van Taylor en de zijnen elke hoogere waarde ontneemt. Zij zijn inderdaad niets anders dan geschriften van ingenieurs over een bijzonder geslaagde wijze van het rendement van den menschelijken arbeid in de fabrieken te verhoogen.

Sluiten