Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

w-eg wijzen zou als niet de meesten onzer medeburgers zich daarvan afwendden. Het loon pleegt te klein te zijn, vooral door de telkens zich' voordoende prijsstijging, meestal is er eerst prysstijginig en dlan loonsverhooging, wat telkens weer van voren af aan begint. De bedoeling van het loon moet echter niet zijn iemand wat schijven te geven, maar hem levensonderhoud te verstrekken. Er moet dus vastgesteld worden, wat de arbeider behoeft. Stelt men zich op dlat standpunt, dan komt ook gemakkelijk loonBverhooging tot stand, indien ze noodig is.

De heer J. W. Rouw (Bussuim) vraagt waarom, als een arbeider reoht heeft op toereikend gezinsloon, dan ook geen extra prijzen voor sommige winkeliers worden vastgesteld. Hij meent, dat de verantwoordelijkheid voor het gezin moet blijven bij den arbeider zelf. Een grooter loon voor een grooter gezin heeft geen aanspraak meer op den naam van loon. Daarom is hij' wel voor absoluut, maar niet voor relatief gezinsloon.

De voor de referenten beschikbare tijd wordt thans aldus verdeeld: dat de heer Smeenk, die het minst is aangevallen 10 minuten krijgt, terwijl voor de andere heeren 20 minuten gereserveerd worden.

De heer S chokk in© begint met op te merken, dat men uit het oog verloren heeft, dat de quaestie van het gezinsloon gebracht was binnen het kader van het loonvraagstuk. Breeder ware de zaak opgezet door de vraag, hoe een gezin kan worden onderhouden, maar de vraag was of gezinsloon ons geven kan wat we noodig hadden. Intusschen heeft de vergadering het niet verder gebracht dan de referent in zijn referaat. De debaters hebben elkaar afgemaakt. De opmerking van den heer Rouw was een duidelijk bewijs voor een hoe moeilijke kwestie we hier staan. We kunnen niet volstaan met de opmerking, dat het de tijd is om iets te doen. De vraag is of het kan en hoe het kan. Aanvankelijk was Spr. veel meer voor kindertoeslag dan na zijn onderzoek. Het gezinsloon moet zijn een loon, dat rekent met de behoeften van het gezin. Absoluut gezinsloon is dan ook eigenlijk geen 'gezinsloon, wel het relatieve. Dit laatste wil Spr. aanvaarden, maar met voorbehoud.. Het is alleen mogelijk in den publieken dienst, die het loon anders kan regelen, dan het vrije bedrijf. Toch is de opvatting, dat de Overheid met het kindertal moet rekenen, niet zonder bedenking. De kindertoeslag werkt namelijk remmend op het grondloon. Maar juist in de algemeene belooning moet grooter stijging komen. (Applaus). Zeker erkent Spr., dat ook de particulier het loon moet bepalen naar de behoefte. Maar kan de particulier aan dien eisch zonder meer voldoen? Hij moet toch rekening houden met den prijs, dien hij zelf bedingen kan.. Spr. staat tegenover de Roomsche sociologen, in welker theorieën men eigenlijk blijft staan bij een gequalifiseerd minimum. Maar kan het dan niet gevonden worden in den vorm van sociale verzekering? Maar hoe dat dan te doen? Moet de patroon de premie betalen? Zoo ja, dan zoekt, hij menschen waarvoor dat niet noodig is. Met betaling van Rijkswege van toeslag aan groote gezinnen zijn we buiten het loonvraagstuk. Met deze quaestie hangt overigens samen, die van de gehuwde vrouw. Moet deze vrouwenarbeid verboden worden, dan kan het absolute familieloon een gevolg hebben tegenovergesteld aan wat we wenschen.

Sluiten