Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

Wanneer alom de onmacht van den wetgever gevoeld wordt om via ééne uniforme regeling alles te ordenen, dan moet zonder eenigen twijfel ook de wetgever zelf zijn onmacht hebben ervaren en moet dit in de bestaande wetgeving blijken.

Dit is dan ook het geval en wij geven daarvan eenige bewijzen.

Niet enkel in zake sociale wetgeving in den engsten zin. Op meer dan één terrein toch heeft de wetgever organen te werk gesteld, die eigenlijk een andere taak hadden, maar die hier een nienwe taak ontvingen, omdatde „nieuwe organen" ontbreken.

Soms fungeert de Gemeenlteraad als zulk een orgaan. In de Leerplichtwet wordt het z.g. landbouwverlof mogelijk gemaakt. De vraag is, wanneer dit verleend zal worden. Volgens art. 15 der wet is de Gemeenteraad bevoegd te regelen, gedurende welke tijdeni het landbouwverlof kan worden verleend. Waarom heeft de wetgever deze tijden niet vastgelegd in de wet, toen hq die stof zelf regelde? Waarom draagt hij een dieel van zijn taak aan den Gemeenteraad over? De Memorie van toelichting antwoordt, dat de plaatselijke omstandigheden, wat de verdeeling van de landbouwwerkzaambeden betreft, dit noodzakelijk maken. Zij zijn immers zoo verschillend, dat het onmogelijk is in de wet voor het geheele land bepaalde maanden aan i.e wqzen, binnen welke de verloven moeten vallen; een! dergelijke regeling moet worden overgelaten aan de plaatselijke besturen. En dan nog eens bijzonder duidelijk in de Memorie van antwoord: Zelfs niet aan Gedeputeerde Staten, maar aan den Gemeenteraad moet deze bevoegdheid worden verleend, omdat Gedeputeerden van de locale toestanden niet voldoende goed op de hoogte kunnen zijn.

Elders treedt de rechter op als nieuw orgaan. Volgens de wet op het Arbeidscontract, artikel 1639d toch is de arbeider verplicht om in het algemeen datgene te doen en na te laten, wat een goed arbeider in gelijke omstandigheden behoort te doen en' na te laten. Dat men door deze wetsbepaling veel wijzer wordt, zal men niet beweren. Zij gelijkt bedenkelijk veel op de definitie: dat de cirkel rond is; en men mag vragen, waarom dè wetgever een dergelijke niets-zeggende bepaling in de wet heeft opgenomen. Het antwoord moet luiden: dat hq geen kans zag om te bepalen, zeer in het algemeen, wat die arbeider verplicht is te doen en dat hij nu dit bepalen gelegd heeft op de schouders van den rechter, die immers moet optreden als een conflict ontstaat; dat beteekent: die alsdan wél een beslissing moet nemen; dat beteekent: die feitelijk de wetgeving voortzet.

Soms geldt de patroon als orgaan. Dezelfde wet kent in artikel 1637j een reglement, vastgesteld door den patroon en onder zekere voorwaarden verbindend. Dit reglement gaat over de arbeidsvoorwaarden, terwijl de wet reeds over de arbeidsvoorwaarden; gaat.

Soms fungeeren patroons en arbeiders tezamen als orgaan. Volgens Aibeidscontract 1637n is een1 collectief contract tusschen beide groepen gesloten onder bepaalde voorwaarden bindend; d. i. patroons en arbeiders, samen vullen hier de leemte aan, door de wet gelaten.

Sluiten