Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeer dikwijls fungeert de Kroon als orgaan door een Koninklijk Besluit of een Algemeenen Maatregel van Bestuur. De juridische bijzonderheden omtrent dit een en andur blijven hier rusten; ten dezen zij onder meer verwezen naar het werk van Mr. van der Pot. Maar waarom treedt de Kroon hier op? Blijkbaar omdat een algemeene regeling door de wet als volkomen onmogelijk werd gevoeld. Volgens de Memorie van toelichting bij de Arbeidswet van 1904 gold mede als motief, dat men eerst een bepaling zeer soepel wilde houden, om haar pas later, als zij deugdelijk gebleken was, in de wet vast te leggen. Soms drijft hier de begeerte om onmiddellijk te kunnen ingrijpen met vermijding van den langen weg, die overigens voor het tot stand komen van een wet wordt gevorderd.

Wij geven uit onze wetten eenige voorbeelden van het bedoelde.

In de Hinderwet van 1875 worden in artikel 2 de bedrijven aangewezen, waarop de wet van toepassing is. Li artikel 3 echter wordt aanvulling van die ln'st bij algemeenen maatregel van bestuur mogelijk gesteld; blijkbaar, omdat niet steeds de wetgever gelijken tred kan houden met de vergroeiing of ontwikkeling in het bedrijfsleven. Te gelijker tijd wordt echter geëischt, dat zulk een aanvulling binnen een jaar door de wet zal zijn bekrachtigd; blijkbaar om den invloed van de wetgevende organen op de wet te bestendigen.

In de Arbeidswet 1889 artikel 4 werd bepaald, dat een algemeene maatregel van bestuur aan vrouwen en jeugdigen voorwaardelijk of onvoorwaardelijk arbeid verbieden kan, terwijl toch de Arbeidswet zelf zich met dit onderwerp bezig hield.

Bi de Veiligheidswet 1895 wordt sedert eenogen tijd in artikel 7 voorgeschreven, dat een algemeene maatregel van bestuur bepaalt, wat door het hoofd of den bestuurder van een fabriek gedaan moet warden voor zindelijkheid, zuivere temperatuur, veiligheid. En zelfs volgt daar de gedachte, dat dit zal moeten geschieden met inachtneming van voorschriften te geven door den Inspecteur. Gelijk men ziet kan hier de Kroon de haar verleende bevoegdheid dus nog weder aan een ander overdragen

In de Ongevallenwet 1901 wordt vastgesteld, dat een algemeene maatregel van bestuur de risico-overdracht regelen zal benevens aUes wat nog verder ter voorbereiding van de uitvoering der wet zal noodig zijn

In de Arbeidswet 1911 schrijft artikel 7 tweede lid voor, dat het Districtshoofd van de Arbeide-inspectie voorschriften omtrent de rusttijden geven mag, onverminderd wat de wet zelf reeds in het eerste lid heeft bepaald.

In de Steenhouwerswet 1911 worden' in artikel 6 nadere schriftelijke voorschriften vanwege het Districtshoofd in uitzicht gesteld en het is niet oninteressant om na te lezen, wat door de heeren Drucker en Tydeman over deze wijze van wetgeven en overdracht van bevoegdheid in de Kamer opgemerkt is.

Nog één voorbeeld: de Stuwadoorswet 1914 artikel 10 stelt vast, dat er voor het verrichten van Zondagsarbeid uitdrukkelijk vergunning'noodig is en dat in deze vergunning tevens de voorwaarden moeten zijn aange-

Sluiten