Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belangrijks beeft gezegd. En zoo vaak de overheid door socialiseering van weer een bedrijf de taak zal hebben sociaal op te treden, zal de onmacht opnieuw blijken van de gewone overheidsorganen voor deze taak.

Maar het is niet twijfelachtig, of naast de „socialisatie" een andere regeling het vrije bedrijf zal vervangen; een regeling namelijk, waarbij het particulier bedrijf in stand gehouden wordt doch de vrijheid van den bedrijfsleider zeer sterk wordt beperkt. Eeeds in de jaarvergadering van „Boaz" Maart 1918 heeft de heer Colijn als noodzakelijk gesteld, dat ingegrepen wordt in het beschikkingsrecht der reeders over de laadruimte der schepen; en dat wel niet slechts nationaal doch zelfs gezien over de gansche wereld. En Walther Eathenau heeft in „Die neue Wirtschaft" verzekerd, dat het vrije spel der krachten een| einde heeft. Zeker zal van overheidswege worden invloed geoefend op de plaats der vestiging van bedrijven, op de geoorloofdheid van het gebruik der grondstoffen, op het vervaardigen van tusschenprodueten; op zooveel meer als niet buiten den invloed van den staat gehouden worden kan, nu slechts door een breed overzien van de economische behoeften aan de behoeften der verarmde wereld zal kunnen worden tegemoetgekomen.

Men behoeft slechts een oogenblik zich in te denken in de uiterst kiesche en pijnlijke taak, die hierdoor aan de overheid wordt opgelegd, om te verstaan, dat die overheid haar nieuwe taak zeker niet zal kunnen volvoeren zonder andere organen) dan waarover zij tot nog toe beschikt. Gelijk dan ook Mr. Treub in zijn „De Economische Toekomst van Nederland" een college gevraagd heeft van deskundigen ter voorlichting van de regeering omtrent de vrachtpolitiek, den handel, de nijverheid. In Januari 1919 is trouwens reeds de Nijverheids-raad geconstitueerd. Nog anderen vroegen — wij denken aan het artikel in „De Economist" 1917, blz. 654 v.v. over de Export-centrale — tusschen-organen voor de regeling van den export, alzoo dat deze regeling geschiedt met veel regeeringsrelatie en toch niet door regeeringsorganen.

VIL

Men ziet, dat er eenheid'is in de critiek op den gang der dingen. Zoowel de theorie als de practijk doen hetzelfde geluid hoeren en het geluid klinkt vanuit allerlei kringen met sociaal en geestelijk de meest verscheiden overtuiging. In het voorafgaande werd daarom soms opzettelijk de politieke of sociale kleur der zegslieden vermeld, opdat de eenheid nog scherper zou blijken.

Bijna een gelijke eenheid nu vindt men bij het aanwijzen der geneesmiddelen.

Een enkele maal inderdaad wacht men het nog van de aanvankelijk vrije regeling, die straks via den wetgever bindend worden moet. Het is duidelijk, waarom men dezen weg inslaat. Hier toch worden allerlei belangrijke goederen bewaard; de invloed van het parlement blijft bestendigd, de wetgeving behoudt haar constantie, het bedrijf ziet de komende veranderingen vooruit, de wetgever beschikt over ervaring.

Sluiten