Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatschappelijke krachten het best door de nieuwe organen zal worden verkregen en waarbij een blijvende invloed van het volk verzekerd is.

In zijn „Moderne Staatsidee", straks nog eens uitvoeiig in zijn „Rechtegezag" heeft Mr. Krabbe in dezen geest gesproken en even uitvoerig Mr. Paul Scholten in „Onze Eeuw" van Juli 1918.

vrn.

In groote lijn is nu wel duidelijk, wat men zoekt. Oudtijds kon men de grens tusschen staat en maatschappij, dus ook tusschen beiderlei taak gemakkelijk aangeven. Eeeds lang is deze grens verdoezeld, maar het uitwisschen zou noodlottig werken. Welk gedrag belooft hier uitkomst?

Menigmaal zoekt men het in een verschuiven van de grens. Wie eerst zeer individueel gevoelden, gunden nu wat meer invloed aan den staat; wie eerst zeer socialistisch dachten, erkenden! nu iets gemakkelijker het goed recht van maatschappelijke krachten. Dit proces is inderdaad ter weerszijden gaande. Nauwlijks zal men meer extreme individualisten en extréme socialisten vinden. Staats-al-onthouding en staats-al-bemceienis worden niet meer bepleit.

Met dit al blijft men heen en weer schuiven over hetzelfde terrein, zoekt men het in iets meer of minder. Hier is op den duur geen afdoende uitkomst te hopen. Noodig is een volkomen nieuwe blik, waarbij niet meer de staat en de maatschappij liggen in hetzelfde vlak eni de grens tusschen die twee een weinig wijkt naar rechts of naar links; doch een, waarbij de staat gezien wordt als staande boven beide, boven staat en boven maatschappij. Doch dan niet zoo, dat hij tenslotte alles drukt en wringt; maar zoo dat hij als immers de eenige, die daartoe bekwaam is, ordenend optreedt en organen schept. Hij stelt de zeer algemeene regels, maar laat de toepassing en de uitwerking over aan die organen. Hij regelt de sanctie en de contróle; maar de vrije maatschappelijke krachten ontvangen dan alle kans en ruime baan voor grootsche ontplooiing.

Ook hierbij denken wij niet uitsluitend aan het economisch leven in enigeren zin . Elders toch, bijv. in zake de school, doet zich hetzelfde voor. Het kortelings verschenen „Nutsrapport" in zake de uitwerking van artikel 192 Grondwet vraagt de instelling van schoolraden. Waarom? Om de navolgende overwegingen: Wanneer de Gemeenteraden de zaak regelen, dan mengt zich opnieuw de politiek in de paedagogische vragen èn dan gaat alles uiterst langzaam. Wordt de zaak van den Gemeenteraad overgebracht naar den Bijkswetgever, dan doen dezelfde bezwaren zich op. Er is derhalve behoefte aan nieuwe organen, die de zaak van het onderwijs om der wille van het onderwijs behartigen en die daarvoor een levende belangstelling gevoelen: de schoolraden derhalve. Deze leven in het onderwijs en hebben kennis daarvan; hun moeten rechten en plichten worden toegekend als thans rusten op den Gemeenteraad, zelfs tot het recht toe om opcenten te heffen voor de henoodigde gelden; en| straks met niet de Gedeputeerde Staten doch een onderwijsraad als college van hooger beroep. De nieuwe Minister van Onderwijs heeft reeds — Stukken 1918/1919

Sluiten