Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begeeren voor de internationale verheuding, kunnen niet nalaten het tok te wenschen voor de wereld van de industrie; en die nieuwe organen zullen een voortreffelijke taak hebben in het onnoodig maken der machtsmiddelen van staking en uitsluiting, wanneer zij rechtsorganen geworden zijn.

Zij kunnen dit, gelijk vanzelf spreekt, doen door zelf de beslissing te geven of door een scheidsrechterlijk college te benoemen. Aan de hand van de uiteenzettingen van Junghann schijnt ons de Amerikaansche regeling van een permanent scheidsgerecht de voorkeur te verdienen boven de Canadeesche regeling, die voor elk bepaald geval de samenstelling van een speciaal scheidsgerecht vraagt, en dat wel omdat een permanent college beter werken en op de publieke opinie heter invloed oefenen kan; ook in bepaalde gevallen reeds kan optreden met pogingen) tot bemiddeling eer een conflict is uitgebroken, zoodat menigwerf een botsing voorkomen wordt. Mr. Van Zanten slaat de benoeming van één rijksbemiddelaar per district voor, die permanent zal wezen.

Het ingrijpendst zou natuurlijk zijn de bevoegdheid om in het bedrijf zelf te regelen. Toch schrikke men van deze gedachte niet al te zeer. Reeds thans grijpen een aantal regelingen! in in den gang van het bedrijf; bij den voortgaanden democratischen stroom in alle landen is het niet meer dan natuurlijk, dat de arbeiderskringen invloed oefenen willen op den gang der dingen in zijn geheel, waarbij het dan zeker het meest verkieslijk is, dat dit geschiedt door goed geregelde arbeidsraden.

Het verst zou men ongetwijfeld op dit gebied gaan door de bevoegdheid te verleenen, dat collectieve contracten verbindend worden) verklaard ook voor patroons en arbeiders, die niet zelf bij dit contract zijn betrokken. De vraag, bij welk percent dit zou moeten worden veroorloofd kunnen wij als een finesse weer laten rusten; maar wel moet gevraagd worden, welke rechtsgrond er zijn zou voor zulk een verbindend-verklaring. Hier schijnen namelijk zeer hybridisch de vrijheid en de dwang te worden dooreen gemengd. De vrijheid, omdat het vrije bedrijf wordt gehandhaafd, waarbij ik moet kunnen toetreden en uittreden' en handelen- naar persoonlijken wil of onderlinge afspraak èn de dwang, gelijk die anders slechts in het staatsleven wordt gekend. Het schijnt logisch, dat hier wordt aangedrongen op hetzij de handhaving van het particulier bedrijf met volle vrijheid hetzq op staatsbedrijf met dwang. Bovendien behoeft immers de regeling' in een collectief contract, zelfs zoo het door een groote meerderheid is getroffen, nog geen „recht" te zijn, omdat het recht evengoed bij de minderheid schuilen kan. Mr. Fokker, die een open oog voor deze bezwaren heeft, pleit intusschen toch voor het verbindendverklaren der contracten op grond daarvan, dat de maatschappij het richtig functioneeren van den arbeid behoeft en dat om die reden de bemoeienis van den staat ook met vrije, maar voor het geheele volksleven uiterst gewichtige bedrijven reeds thans algemeen wordt goedgekeurd. In dien gedachtengang moet het ook gewenscht worden geacht, dat hetgeen goed en mogelijk gebleken is voor de samenleving tot regel en

Sluiten