Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en best in staat zelf op te komen voor de begeerde ruimere plaats aan den maatschappelijken discb.

Hoe nu deze strijd moest worden gevoerd door een leger, dat nog geen ondervinding had, stond van den aanvang af niet vast. Ook vooral, wq'1 bet doel in den schemier lag en al naar gelang van de politieke en ook religieuze gezindheid van den deelnemer hier een van elkaar afwijkend ideaal voor oogen stond. De vakbeweging, het eerste teeken van maatschappelijke organisatie van den nieuweren tijd; dat wondere optrekken van al die duizenden over de geheele beschaafde wereld, hetwelk, waar ook opgemerkt, evengoed een echo oproept als een heusch soldatenleger op mar&ch, bezien wij nader, 't Is noodzakelijk, zal 't ons duidelijk zijn, hoe hier pilaren worden aanschouwd, waarop straks een hecht, wellicht de eeuwen verdurend, gebouw kan worden opgetrokken.

Alleen met de vakbeweging in de nieuwste phase van het maatschappijleven bemoeien wij ons. Als uitgangspunt nemen wij daarom het knooppunt in de geschiedenis der menschheid, waarop de draden van den ouderen en van den nieuweren tijd aan elkaar gehecht zijn. De vakbeweging te Eome, hoe belangwekkend ook voor den historieminnaar, mag ons niet ophouden. Haar sporen verliezen zich trouwens geheel in het zand der vroegste Middeleeuwen. Het gildentijdperk wijst ons slechts even den weg naar de groote Revolutie, maar daar aangekomen, rekenlen wq er ook ineens mede af, want de nieuwe leer der volmaakte vrijheid — ach, economisch bezien vergaapte zich hier alles aan den schijn — moest, natuurlijk in het welbegrepen belang der menschheid, niets van organisatie hebben, en dus stonden alom de politieke machthebbers, verblind door het nieuwe licht, gereed allen vorm van organisatie op het arbeidsterrein te verbieden. De Fransche wind woei sterk in die dagen over meerdere landen van West-Europa en juist in die, welke de beschaving voortdroegen. V66r de negentiende eeuw aanklopte om het werk van haar voorgangster voort te zetten, was overal het meest streng doorgevoerde individualisme meester van het terrein. Het coalitie-verbod zou op den eisch van het gevleugelde woord „vrijheid, gelijkheid en broederschap" pas de poort openen, waardoor elke vermoeide en| belaste het dorado kon binnentrekken. Dat het gansch anders liep, leerde de toekomst helaas al te spoedig.

Hoe verheugend het eenerzijds was, dat aan de bedrijfsontwikkeling niet meer allerhande belemmerende bepalingen in den weg konden worden gelegd, was de sprong tot ongebreidelde vrijheid op economisch gebied ■toch veel te groot. En zoo moest gezien worden, dat wel in het staatsleven afstanden werden verkleind, maar in de Maatschappij precies het tegenovergestelde plaats had. Het volk, dat zich willig gespannen had voor de zegekar der Revolutie, hetwelk gedroomd had van een hemel op aarde, van een zich geheel vrij gevoelen van alle knellende banden, gevoelde spoedig, wat het zeggen wilde, overgeleverd te zijn aan de uiterste consequenties van een staathuishoudkunde, waarbij alle gemoedsleven contrabande was.

Wèl enkele deelen der Maatschappij trokken voordeel van de omzetting,

Sluiten