Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste volledige medezeggenschap, en dit niet loopend over den persoon van den individueelen werknemer, maar over het instituut der vakbeweging.

Vóór wij nu gaan bezien, hoe dit tezamen treffen van regelen het best kan geschieden, dient de vraag beantwoord, of dit een en ander zich verdraagt met het Christelijk beginsel. Zoo neen, dan moet verzet geboden tegen zulk verwerpelijk uitvindsel onzer eeuw; zoo ja, dan ook met overwinning van mogelijk vooroordeel in overgave aan de leiding Gods in degeschiedenis der Maatschappij, onze schouders onder de nieuwe taak.

Wie de productiemiddelen in zijn bezit beeft, kan in bet productieproces over veel macht beschikken. Bij de verdeeling der productie, van het arbeidsresultaat, kan hij, indien geen beperkende bepalingen worden getroffen, zijn wil tot wet doen zijn. Het is de vrees der sociaal-democraten en der communisten, dat bij deze verdeeling te groote ongelijkheid wordt betracht, welke hen brengt tot het stellen hunner bijzondere wenschen omtrent de productiemiddelen. De sociaal-democraten ijveren thans voor een meer of minder getemperd staatsbeheer, terwijl de communisten het eigendom der productiemiddelen willen overdragen aan de maatschappelijke groepen zelf.

Ofschoon wij op grond onzer beginselen ons niet zouden behoeven te verzetten tegen eene evolutie, welke, dan zonder gebruikmaking van afkeurenswaardige middelen, den kant opging van staats- of gemeenschappelijk bezit (gemeentelijk of staatsbeheer acht elk onzer immers soms reeds nu noodzakelijk), meenen1 wij toch, dat beide zoo streng mogelijk doorgevoerde stelsels ingaan tegen de mogelijkheid eener ontplooiing aller menschelijke gaven en krachten, wijl bij deze poging tot verbetering alle nadruk wordt gelegd op de gemeenschap en de persoon geheel uitgeschakeld. De natuur van den mensch verzet zich, zoowel tegen het een, als tegen het ander. Hier komt nog hij, dat beide groepen als middel om tot hun geluksstaat te komen er een willen aanpassen, den klassens t r ij d, hetwelk wèl in strijd is met het Goddelijk gebod, en in zijn consequenties ook met het algemeene rechtsbesef, dat, dank zij Gods algemeene genade, nog allerwegen wordt gevonden onder de menschenkinderen.

Evenmin is echter gewenscht, dat de menlsch oppermachtig eigenaar zij der productiemiddelen. Maar hoe komen wn' hierbij aan de hand van Gods Woord nu niet sterk te staan!

Het vraagstuk van den Eigendom is voor ons geen probleem, als wij terug willen gaan tot de Bron, en den Schepper van hemel en aarde erkennen als den Oorsprong aller dingen. Al het aardsche eigendom wordt dan slechts leenbezit en aan het menschelijke eigendomsrecht wordt sterke «beperking opgelegd. Reeds in het tweede Bijbel-hoofdstuk, nadat op majestueuze wijze de Schepping beschreven is, wordt de mensch voorgesteld als rentmeester van Gods goederen. „Zoo nam de Heere God den menschen zette hem in den hof van Eden om dien te bouwen en te bewaren". Zoowel Oude als Nieuwe Testament geven te verstaan, dat de gedachte

Sluiten