Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu, hetwelk gewis, niet gekeerd, der Maatschappij een droeven levensavond van klassen- en broederstrijd zou bezorgen, waarbij alle onedele hartstochten der menschen hoogtij konden vieren, kan door in goede banen geleide maatschappelijke organisatie een dam worden opgeworpen. Evenwel niet alleen om dit, menschen dreigend, gevaar te bezweren, oordeelen wij, dat de Christenen het vredesinstituut gaarne plaats moeten bereiden, maar vooral, omdat daardoor het Goddelijk gebod van liefde het best in de steeds meer gecompliceerde bedrijfswereld' kan worden betracht.

De maatschappelijke organisatie, gelijk wij ons die in de toekomst denken — indien althans God in Zijn genade de ontbindingsfactoren niet de overwinning doet behalen op de in de Maatschappij verscholen behoudende krachten — zal rusten op pijlers der vakbeweging van patroons en arbeiders.

Voorop is gegaan de strijd der arbeiders tegen het coalitie-verbod. De individualistische politiek moest overwonnen worden en het vereenigingsrecht heroverd.

De aanval begon. Eerst in één land, Groot-Brittanje, de bakermat der Europeesche volks vrij heden; straks volgde men bijna overal. Teruggeslagen en weer opgedrongen. Een strijd van vele tientallen jaren tusschen aanhangers van tegen elkaar overstaande politieke — want de Staat moest ophouden langer den dwingeland te spelen — en daarmede parallel ioopende economische geloofsbelijdenissen. De ééne partij krampachtigvasthoudend aan het dogma van streng doorgevoerd individualisme. De ander zich wenschend los te maken uit den greep van dit stelsel, dat onderden schijn van den vreedzamen kamp tusschen de al 1 e e n staande personen, de maatschappelijke welvaart al te ongelijk verdeelde. En dezelaatste partij, weer gekenmerkt door meerdere schakeeringen. Een groep, die de Christelijke beginselen wil doen doorwerken, en een andere, welke hiermede geen rekening wil houden. Maar voorloopig één naast doel hebbend. Want over wat in de verre toekomst wel kon groeien uit de economische vereeniging, wanneer eenmaal het gehate coalitie-verbod zijn kracht zou hebben verloren, brak men zich het hoofd niet. Men kon ook niet voorspellen. Wie wist, hoe het gaan zou over twintig, veertig jaar met de verfijning der techniek; hoe het wetenschappelijk bedrijfsbeheer zich zou ontwikkelen; hoe het wereldverkeer in ongedachte banen zou worden geleid en hoe de arbeidersklasse aan zelfbewustheid zou gaan winnen? En daarom: slechts één verlangen, het recht om met den makker uit hetzelfde bedrijf naast elkaar te gaan staan, als het arbeidscontract met den werkgever moest worden afgesloten.

Want dit was het teere punt. In n a a m even vrij, was de arbeider economisch veel zwakker dan de patroon. Bq de onderhandelingen over de vraag, wat zq'n arbeidskracht waard was — want zoo was het toch in den tijd, toen de arbeid een koopwaar werd geacht te zijn — verloor hij direct allen grond onder de voeten, als hij geen afspraken mocht maken met zijn collega's over die voorwaarden. Geen verandering in zijn positie *

Sluiten