Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu het revolutiemoneter in land na land zijn kop opsteekt, of er geen ontzaglijk gevaar is geschapen, nu het scherpe wapen van organisatie is gelegd in handen van het volk, van deze veelkoppige menigte. Zal dit niet uitloopen op een omwentelingsproces, waarhij de Commune's van Parijs en Moskou en de Spartacus-opstand in Berlijn nog maar kinderspelen zijn? Voorzeker is hier gevaar aanwezig, groot gevaar zelfs. En de Christenen zouden naar onze meening niet vrij uit kunnen gaan, wanneer zij dit optrekken van het volk aanzagen, enkel als een opmerkenswaardig verschijnsel onzer eeuw, inhaerent aan het opbloeiend economisch leven, zonder ook na te vorschen hoe dit proces in zulke banen kan worden geleid, dat de geestelijke goederen der opmarcheerenden niet in het gedrang komen, en hoe Gods geboden in de Maatschappij het best kunnen worden opgevolgd. En dat kan, want er is een oplossing aan te bieden, die zich aansluit bij de eischen uit het Woord Gods.

Maar niet alleen heeft het machtswoord organisatie de arbeiders onder bekoring gebracht. De patroonsstand is ook aangeraakt door dezen modernen tooverstaf en heeft zich evenzeer overwonnen moeten verklaren. De patroonsbond had een andere reden van ontstaan dan de arbeidersvereeniging. Het opmerkenswaardige feit zou evenwel na verloop van jaren geconstateerd worden, dat men ze hand aan hand zag optrekken ter aanwijzing van ieders taak in het productieproces.

Bichtten dan de arbeiders hun vakbonden op om hun positie te verbeteren en een woord mee te spreken bn' de verdeeling van het maatschappelijk inkomen, de patroons riepen daarna pas hun organisatie in het leven, meest met de bedoeling er een a f w e e r-instituut van te maken. Van dezqde der arbeiders duchtte men — en niet ten onrechte als de klassenstrijdklanken werden beluisterd — een aanval op het bestaansrecht van eigen stand. Hiertegen was verweer geboden uit lijfsbehoud. Om daarin zoo sterk mogelijk te staan, volgden de patroons het ülustre voorbeeld der arbeiders en gaven aan hun bonden denzelfden vorm, maakten er du* van s t r ij d-vereenigingen.

Later pas, toen de Christelijke arbeiders eigen beginsel waren gaan plaatsen tegenover den klassenstrijd en de aanhangers van deze laatste leer ook zelf hervormingen waren gaan stellen hoven dogma's, begrepen beide partijen op elkaar aangelegd te zijn en gingen door saam werking steeds meer streven naar vrede, dan naar openlijken krijg. Maar de saamwerking is pas mogelijk, als voldaan wordt aan den eisch der arbeiders: erkenning als gelijkberechtigde partij bij het vaststellen der arbeidsvoorwaarden en het treffen van daarbij aansluitende bedrijisregelingen.

Vóór het kwam tot de erkenning van dit recht, moest er heel wat spinrag weggevaagd worden uit de hoofden van talrijke patroons en van hen, dieop maatschappelijk terrein gaarne het bevriezingssysteem zagen toegepast.. En er huist hier en daar nog niet weinig misverstand, waardoor hoogere opvattingen dikwijls nog een harden dobber hebben.

Toch is deze eisch van erkenning als gelqkberechtigde via de vak-

Sluiten