Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereeniging zoo gemakkelijk te verdedigen, wijl hij behoort te volgen op de staatkundige ontwikkeling, gelijk die in de laatste eeuw plaats greep in alle beschaafde landen.

Wat de politieke rechten immers betreft, heeft welhaast in elk dezer landen ieder burger, ongeacht zijn maat&Ghappelqke positie, gelegenheid invloed uit te oefenen op de saamstelling der Regeering, en de w q z e, waarop deze zich van haar taak zal kwijten. De standen van adel en geestelijkheid, daarna die der gezeten burgerij, zq hebben hun voorsprong verloren; het census-kiesreeht behoort tot het verleden en als de stembus open gaat, heeft het gesloten briefje van den nederigsten werkman evenveel waarde als dat van den grand seigneur. De invloed des volksop de Staatsinrichting en op de werking zijner organen is nu zoo hoog mogelijk gestegen: wij leven in den t ij d der democratie. Dat dit groote verplichtingen meebrengt voor de gansche bevolking alsmede groote gevaren, is zeer duidelijk. Zoo licht verwisselen de politieke groepen, die den klassenstrijd aanhangen, de democratie voor de revolutie en ontstaat eene minderheidsregeering, rustend op het geweld. Juist daartegenover moet elk, die de volksvrijheden liefheeft, de democratie in den. Staat verdedigen. Goed toegepast, vooral in dien zin, dat nu alle standen der bevolking ook hun vertegenwoordigers bij de Eegeering krijgen, om met deze gezamenlijk niet het klasse-, maar het algemeen belang: te bevorderen, kan de democratische staatsvorm tot een zegen gesteld worden en kunnen daardoor de groote geboden Gods, zij het niet ten volle,. toch in beginsel worden nageleefd.

Op economisch gebied merkt ge nu, goed oplettende, denzelfden gang naar de democratie. Onder het liberalistisch individualisme bij. het productieproces de volstrekte alleenheerschappij van het kapitaal en zqn bezitter. Slechts in de gunstigste gevallen werden door het patriarchaal, optreden van den patroon de scherpste kanten van dit stelsel wat afgeslepen. Maar hier was dan slechts sprake van goedgunstigheid en niet van recht.Toen werd de organisatie-idee vaardig over de groote schare van dezeeconomisch zwaksten en van kracht tot kracht ging het voort, totdat het oogenblik was aangebroken, waarop den patroons bq het afsluiten der arbeidsvoorwaarden de eisch werd gesteld van volle medezeggenschap. De Maatschappij komt altijd achteraan bij den Staat. Zij was bijna immer het kind van de rekening. Nu heeft zij zichzelf opgemaakt, om het scheeve in de verhoudingen op haar terrein — was dat niet scheef, zooongelqke partijen met elkaar gingen accordeeren — weg te werken. De democratie behaalde in den Staat de overwinning. In de Maatschappij staat zij voor de deur en eischt op steeds luider toon om binnengelaten teworden. Zij is er niet meer buiten te houden. En wenschelijk is dat ook niet, want het volk is niet meer de goede lummel van Heinrich Heine en zou wel eens kunnen gaan optrekken in stormcolonne's tegen de gesloten poort. Neen, laat de Maatschappij plaats bieden aan de democratie, aan de bedrijfsorganisatie. En laat elk, die van goeden wille is; laat vooral elk Christen beproeven haar in goede banen te leiden. Onze beginselen ver—

Sluiten