Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kopschuw voor de geheele arbeidersbeweging en deed haar ook weigeren de overige billijke eischen van uit het standpunt van het recht te bezien. En toen is in land bij land, in industrie bij industrie, dat herhaalde botsen aanschouwd van arbeid tegen kapitaal en omgekeerd. Want hanteerde de arbeid het wapen der werkstaking, het kapitaal kwam voor den dag met de niet minder tweesnijdende uitsluiting. Het" eene jaar geleek het op eene guerilla, op een vechten van clubje tegen clubje, het volgend jaar had het veel van een algemeene werkstaking, welke stad noch dorp spaarde.

Veel leed is toen geleden, veel schade toegebracht aan den nationalen welstand, veel geluk in den huiselijken kring vernietigd. En geen der twee partijen kreeg er de ander voor goed onder. De patroon bleef patroon: nergens stond hij zijn productiemiddelen af aan de arbeidersklasse. De arbeider bleef arbeider, meestal op dezelfde hoogte of beter laagte: van een vooruitgang in welvaart en gepast levensgenot, als verwacht was van de organisatie, kwam niets. Dat mocht wellicht voldoening schenken aan den enkeling, die den strijd zocht om den strijd, de groote massa wenschte vruchten van de worsteling te zien, reeds nu, voor zich en de hunnen.

Toen was het dan ook genoeg. Het gezond verstand kwam een woord meespreken en langzamerhand brak het inzicht door, dat toch in den grond der zaak kapitaal en arbeid hetzelfde bedrijf noodig hadden, om in de wederzijdsche behoeften te voorzien. Kon misschien de hand zonder den voet, of het oog zonder het oor? Kon de arbeider wel zqn bestaan verzekerd zien, als daar geen leiding al de deelen van het bedrijf perfect deed functioneeren? Kon de patroon wel zijn aandeel leveren voor de productie, als niet de arbeider zijn onmisbare diensten verrichtte? Waren bij slot van rekening deze twee factoren niet geheel en al op elkaar aangewezen? Zoo ja, dan kon strijd ook slechts voor beiden nadeel opleveren, maar lag het geheim van beider welvaart en economisch geluk verscholen in wederzijdsche waardeering, in eene entente cordiale, in eene hartelijke verstandhouding.

Voorzeker, oude vooroordeelen moesten hierbij overboord gegooid van beide zijden, maar dan zou ook een wonderlijke metamorphose plaats grijpen. Het individueele contract, waarop de arbeider was aangewezen, vóór zijn organisatie een zekere macht had veroverd, maakte nu plaats voor de gemeenschappelijke overeenkomst, waarbij de onderhandelingen niet meer door het individu, maar door de organisatie worden gevoerd.. Deze onderhandelingen, gevoerd door organisatie met organisatie, leidden bij 't groeien van het wederzijdsch vertrouwen tot de intrede van de collectieve arbeidsovereenkomst, waardoor patroons en arbeiders voor een zekeren vasten tijd de wapens gingen strekken. Als bondgenooten zou nu voortaan gezamenlijk het arbeidsterrein kunnen worden geëxploiteerd en de arbeidsopbrengst verdeeld tusschen beide factoren. Hier begint dus de maatschappelijke organisatie een sluitend geheel te vormen en gaat onze opmerkzaamheid zich spannen. De ontwikkeling van het collectief contract in zijn eenvoudigsten vorm tot zijn meest volmaakt systeem; de voordeden, zoowel als de gevaren ervan; het perspectief, dak

Sluiten