Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

thans geopend wordt voor de verhouding van Staat tot Maatschappij en omgekeerd, bezien wq daarom.

Over den onjuisten naam van het nieuwe instituut, de collectieve arbeidsovereenkomst, is al zooveel geschreven, dat het vervelend zou worden, in herhaling te treden. Van meer belang is, dat in den loop der tijden zou blijken, dat de naam ook lang niet genoeg zegt, want door deze uitzetting zijner grenzen heeft het instituut eigenlijk pas zijn volle waarde gekregen voor de maatschappelijke organisatie. De collectieve overeenkomst in den meest eenvoudigen vorm zal, met behulp van heide partijen, die der patroons en die der arbeiders, kunnen uitdijen tot min of meer volkomen organisatie van het bedrijf, maar immer geschiedt zulks langs lijnen van geleidelijkheid.

De allereerste phase zou kunnen worden voorbijgegaan, wanneer in alle kringen, ook de Christelijke, de overtuiging was doorgedrongen, dat het waarachtig bedrijfsbelang bevorderd wordt door het collectief contract. Bij lange na is het nog niet zoover. Telkens ontmoeten wij ze, die in ahstracto gevoelen voor dit contract, maar zoodra zij iets van hun zoogenaamde vrijheid daarvoor moeten prijsgeven, allerhande uitvluchten zoeken en het voor elk bedrijf wenschelijk achten, behalve voor het hunne. Weshalve lichtzijden, zoowel als schaduwkant dienen te worden aangewezen.

Bij de collectieve arbeidsovereenkomst nemen de partijen een geheel nieuwe positie tegenover elkaar in. De vrijheid van beide wordt beperkt, maar het resultaat van den gemeenschappelijken arbeid stijgt hierdoor.

De werking van „vraag en aanbod" wordt, ten voordeele van den arbeider, door het nieuwe instituut voor een groot gedeelte te niet gedaan en toch ook weer niet geheel, wijl slechts de m i n i m u m-voorwaarden worden vastgesteld, waarboven vrijelijk mag worden gegaan. Op deze wijze wordt gegaan in de richting van het solidarisme en contra het liberaal individualisme. Maar evengoed wordt nu stelling genomen tegenover den socialistischen droom van uitwissching aller standen.

Het arbeidsloon kan thans veel gemakkelijker omhoog gevoerd worden, dan toen de arbeider alleen stond. De afsluiting van bijna elk gemeenschappelijk contract gaat gepaard met ruimere betaling van den arbeid. Veilig kan dan ook gezegd, dat de loonstandaard stijgende is door dit contract. Een groot, zedelijk voordeel is hiervan mede het gevolg. De neerdrukkende gedachte van een ijzeren loonwet, de meening, dat het loon nimmer zou kunnen stijgen boven een zeker minimum, is erdoor vaarwel gezegd. In breede kringen is de hoop verlevendigd, dat een gezondere verdeeling van het maatschappelijk inkomen geenszins tot de onmogelijkheden behoort. Niet alleen, doordat het aandeel, dat de arbeider hiervan naast den kapitalist, grondeigenaar en ondernemer bekomt, grooter wordt door de erkenning van zijn organisatie, maar ook wijl de productie verbeterd en vermeerderd wordt als er regelmaat in den arbeid komt en de lust tot den arbeid stijgt.

Maar niet alleen is er een tendenz van loonsverhooging bij de collectieve overeenkomst, ook de overige voorwaarden, waaronder gewerkt wordt, deelen

Sluiten