Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is dit aangewend, dan staan beide partijen met elkanders hulp volkomen in voor de stipte naleving. Goede contröle kan dan uitgeoefend. Vanaf dit oogenblik zijn de arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers, wat betreft de minimumbepalingen, gelijk. Tegelijk is voor de patroons de onedele concurrentie op dit belangrijk deel van de bedrijfsonkosten de wereld uit. Immers., door het verplichte lidmaatschap is er hoop, dat elke patroon, die slechts één gezel heeft, gedwongen1 wordt zich als lid aan te melden bij de vakorganisatie'in zijn bedrijf.

Dit verplichte lidmaatschap, hetwelk groote schoonmaak kan houden onder de ongeorganiseerde patroons en arbeiders, wordt vaak bestreden met de opmerking, dat hierdoor niet de beste leden het organiaatieleven worden binnengevoerd. Ongetwijfeld is het niet het meest begeerenswaardig middel, maar eenmaal in de organisatie, komt meestal alles door de daar opgedane ervaring terecht. Later zou men niet gaarne de voordeden missen.

Van Christelijk standpunt moet de vraag zeer zeker bezien, of ons beginsel zich vereenigt met dezen dwang. Dit ware niet het geval, als het dwingen geschiedde door terroristische middelen, door dreigen, door treiteren of ander onedel gedoe. Zulke dwang is sterk afkeurenswaardig. Maar de zaak staat hier geheel anders. In de arbeidsovereenkomst, gesloten tusschen patroons en werklieden, komt de bepaling voor, dat de patroon slechts met georganiseerde arbeiders zal werken, en dat de arbeider slechts werk verricht voor een georganiseerden patroon.

Nu brengt dit evenwel voor den Christen toch nog een uiterst belangrijk beding mede, in het nauwst verband staande met onze opvatting van consciëntievrijheid. Dat nameln'k nooit, van welke zijde ook, mag geeischt worden het lidmaatschap van eene bepaalde organisatie. Voor ons staat toch vast, dat niet één organisatie den mensch kan ontslaan van zijn persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover God. Voor zijn geweten en voor God staat men niet onschuldig, alleen door het feit, tot een zekere gemeenschap te behooren. De rechten van de persoonlijkheid mogen nimmer worden opgeofferd aan de collectiviteit. Daarom moet er verzoening getroffen kunnen worden tusschen de individueele verantwoordelijkheid en de afspraken van de collectiviteit. En dit kan alleen geschieden, als het onvervreemdbaar recht van elkeen, patroon en arbeider, erkend wordt, om met gelijkdenkenden één organisatie in 't leven te r o e p e n. De oorsprong der gansche Christelijke economische vereenigingswereld ligt in dezen eisch. Daardoor kan in bijna alle gevallen het individu vrijuit gaan voor God en zijn geweten. Ook hier zullen de Christenen uit oorzaak van hun beginsel weer moeten optreden als strqders voor conaciëntievrijheid.

Zoo optredende kan er geen bezwaar bestaan tegen het verplichte lidmaatschap. De individueele vrijheid wordt geknot, maar is dit niet denkbeeldig? Voor elk stuk ongeregelden toestand, welken sommigen zoo gaarne met het woord „vrijheid" aanduiden, komt een stuk orde in de

Sluiten