Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij niet, der Overheid een recht, neen een plicht van ingrijpen toe te kennnen, gelijk zij thans ook reeds den verbruiker beschermt tegen het te koop aanbieden van levensmiddelen, schadelijk voor de gezondheid.

Zulke prijsovereenkomsten brengen tegelijk de noodzakelijkheid mede van een zekeren vorm van rechtspraak. Waar het hier een leekenrechtspraak betreft, moet bij uitbreiding van het getal zulker rechtbanken, van de Overheid gevraagd worden, nauwlettend zorg te dragen, dat het recht van het individu hierbij niet gekrenkt worde.

Naast deze afspraken tusschen patroonsvereenigingen en arbeidersorganisaties zullen de eerste spoedig ook overleg moeten plegen met verwante bedrijf sgroepeni en leverancierscombinaties. Daardoor kan langzamerhand het geheele veld bestreken worden en de economische bedrijfsorganisatie haar voltooiing naderen.

Nu kan het instituut ook steeds meer doen ten bate van den arbeidersstand. De bron, waaruit geput kan worden, is gevonden: het b e d r ij f, dat zoowel patroon als werkman een bestaan moet opleveren. Dit wil niet zeggen, dat thans ineens alle wantoestanden kunnen worden opgeruimd. Eén misstap van de zijde der arbeidersleiders of der werkgeversorganisatie zet al het verkregene op losse schroeven. Maar voorzichtig voortwerkende, kan veel bereikt worden, hetgeen anders moest komen van Staat of Overheid.

Wat wij op het oog hebben, worde hier niet breedvoerig omschreven; slechts kort aangestipt. Elke patroon en elke arbeider, die haakt naar werkelijken vrede eni naar algemeene welvaart op maatschappelijk gebied, heeft tot taak hierover ernstig zijn gedachten te laten gaan; genegen te zijn breed te zien,, dus meer aan het algemeen, dan aan het b ij zonder belang te denken; en daarna in zijn kring te ijveren voor deze heerlijke ontplooiing van het particulier initiatief.

Wij noemen dan: uitkeering bij ziekte, uitgaande van de erkenning, dat krankheid den band met het bedrijf niet pardoes doorsnijdt; vaststelling van den arbeidsduur naar de eischen van den tijd; regeling van een goed leerlingwezen; het treffen van maatregelen in zake de bestrijding van de werkloosheid, waarbij ook een gemeenschappelijke taak rust op patroons en arbeiders; behandeling van de zijde der superieuren; en eindelijk de verzorging van den ouden werkman. Hieraan kan nog toegevoegd, maar zóó reeds is er voorloopig werk te over.

Men moge meenen, dat hier te sterk optimisme aan het woord is, maar moet de Maatschappij dan maar, zonder het uiterste beproefd te hebben, al de regelingen der verhoudingen op arbeidsterrein overlaten aan den wetgever? Wij oordeelen van neen en daarom is aanpakken ook plicht.

Ver doorgevoerde gemeenschappelijke arbeidsovereenkomsten, den kant uitgaand van economische bedrijfsorganisatie, ontslaan de Overheid van veel ingrijpen of wel, steunen haar krachtig. Alle selfhelp der Maatschappij, waardoor onnoodige staatsbemoeiing wordt voorkomen, sterkt het maatschappelijk organisme en doet het bedrijfsleven zich immer gezonder ontwikkelen, niet langs kunstmatige, maar langs natuurlijke banen.

Sluiten