Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eena plaats kon maken voor synthese, wijl allen zich deelgenoot wisten van eene zelfde bedrijfsgemeenschap, dan was tegelijk die geestelijke leegte verdwenen en had plaats gemaakt voor eene doelbewuste levenstaak.

Voorzeker, tegelijk met het omhoog heffen van dit ideaal voor den arbeid, 't zij deze met het hoofd dan met de hand geschiedt, valt het volle licht op zware verplichtingen van alle deelgenooten in het productieproces.

De patroon moet niet alleen geld geven in het bedrijf, niet alleen zn'n arbeidskracht, om daarmede winst te behalen, maar zichzelf met het groote doel zegen en welvaart rondom zich te verspreiden. Een hoogzedelijk voorbeeld van rechtschapenheid in handel en wandel zij in hem belichaamd. Als behoorende tot het kader van den arbeid ga van hem een prikkel uit van vlijt en van ruimheid van blik; van altruïsme en van strijd tegen de knellende banden van materialisme. Dat is een zware strijd, maar der Christenen grondwet, het Woord Gods, laat daarom juist niet na telkens aan deze zware roeping te herinneren. Kingsley schreef eene terecht in 1848 in zijn weekblad Politics for the People: „Wij hebben verklaard, dat de Bijbel de rechten van den eigendom en de plichten van den arbeid leerde, terwijl tegen één keer, dat-de Schrift dit doet, de Bijbel tien keeren predikt juist over de plichten van den eigendom en de rechten van den arbeid".

Maar de arbeider heeft niet minder een zware ethische taak. Ook nij moet overal en' ten allen tijde de beginselen van het Christendom in daden omzetten en daardoor de prediking van den klassenstrijd onvruchtbaar maken. Hem heeft men juist in de kringen van ongeloof en revolutie gemaakt tot een object van groote belangstelling, wijl men door het getal hoopt te slagen in de omverwerping van orde en bet neerhalen van alle gezag in de samenleving. Voor den Christelijken arbeider behoeft het niet aangetoond, dat, als de z e d e 1 ij k e overwegingen niet den toon aangeven in de wereld der stoffelijke dingen, altijd scherpe strijd is te wachten tusschen mensch en mensch. Het recht geeft dan geen uitspraak, maar de macht.

Zelfoverwinningenzelfverloochening, als Gods Woord onophoudelijk eischt, kunnen pas den economischen strijd van zijn scherpte verlossen. Zal de gemeenschappelijke arbeidsovereenkomst slagen, dan moet de gedachtengang van werkgever en werknemer beiden gedrenkt zijn met dezen geest. De een zal dan in den ander allereerst den mensch zien, met wien hij gaarne contractueel, dat wil dus zeggen op voet van gelijkwaardigheid, omgaat, om te zamen natuur en techniek te beheerschen en in de samenleving ook Gods glorie uit te dragen.

Hierin moet ons Christelijk beginsel schitteren. Onder de Oude Bedeeling waren er allerlei wetten en bepalingen, waardoor de omgang tusschen patroon en arbeider was geregeld. In de Nieuwe Bedeeling, nu de arbeid vrijgemaakt is door den Heiland der wereld, wijzen zulke ordinantiën ons niet den weg. Dat maakt de taak moeilijker, maar geeft geen reden tot verontschuldiging. Christus heeft den arbeid geheiligd. Op Zijn hoog voorbeeld hebben wij de omzetting der Maatschappij met al zijn gebreken1 en

Sluiten