Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wantoestanden niet te zoeken door kracht of door geweld. Als Gods Geest, mag wonen in de Christenen van onzen tijd, zal het Christendom nog niet zijn een uitgedoofde fakkel. En zoo moet, dunkt ons, een tot elkaar naderen van patroon en arbeider langs de hier uitgestippelde lijnen der economische bedrijfsorganisatie, den hedendaagschen Christus toelachen als eene aannemelijke oplossing van een belangrijk deel van het maatschappelijk vraagstuk.

Hier komt nog iets bij. Naar wijs bestel heeft onze goede God in het leven der menschen aan het drietal Kerk, Staat en Maatschappij een eigen, hooge roeping gegeven. Bij het thans aanhangige vraagstuk ontmoeten wij vooral Staat en Maatschappij. Deze heide nu moeten de goede richting worden uitgestuwd, zal de door God gewenschte orde niet verbroken worden. De Maatschappij was aanwezig vóór de Staat er was; daarom is zij de grondslag der samenleving. De Overheid is door God in het leven geroepen om Zijn recht op aarde te bestellen, niet om te doen wat der Maatschappij is opgelegd. Pas wanneer er hijvoorbeeld in het maatschappelijk leven strijd komt tusschen de verschillende levenskringen, moet de Overheid ingrijpen. Voorstanders zijn wij daarom op grond van onze wereldbeschouwing van het wakker roepen aller gezonde krachten in de Maatschappij, om zoo te komen tot goede organisatie. Het particulier initiatief heeft onze voorliefde. En waar nu de economische bedrijfs-organisatie van onderen op komt, en het gansche proces zijn loop heeft genomen huiten de Overheid om; alles dus tot stand is gebracht door de maatschappelijke krachten zelf, moeten wq wel dit instituut, uit het leven zelf opgekomen, tot verderen bloei helpen brengen.

Het recht wordt op deze wijze in het leven der Maatschappij gediend. Maar hij recht hoort liefde. Niet alleen het verstand moet ontwaken, als zulk belangrijk probleem wordt bezien, het hart moet ook aangeraakt. En dit mag hierbij verwacht van den Christen, vooral als de overtuiging zich meer en meer begint op te dringen, dat de arbeid des menschen middel zij, om den Heere te dienen] en te verheerlijken. Daarom behoort het gebod van liefde onder elkander tef hebben, ook wel zeker uitgestrekt tot het dagelijksch leven in de Maatschappij. Paulus, de groote menschenkenner, die wel wist, dat zulk gebod niet het minst zou bezwaren hen, die geklommen waren tot eer en aanzien, ordineert nog eens afzonderlijk: Beveel den rijken-, dat zij gemeenzaam zijn.

Wordt bij deze oplossing evenwel niet te hoog gegrepen? Gaat het maatschappelijk leven met zijn gecompliceerde bedrijven, met zijn vennootschappen, waarin schijnbaar veeleer het koude kapitaal den boventoon voert, dan de het-belang-van-zijn-evenmensch zoekende patroon, niet precies den tegenovergestelden weg uit? Inderdaad wordt het van eeuw tot eeuw meer duidelijk, da/ het Paradijs nimmermeer hier zal neerdalen en kan het soms tot troost van een kind Gods strekken, dat hij niet eeuwig op de door de zonde bezoedelde aarde zal behoeven te verblijven. Maar toch moet een Christen het ideaal in het oog houden en mag hij blijven gelooven, dat het Christendom — wat niet is te vergelijken met de onvol-

Sluiten