Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oroducten te krijgen, doch wel om gezamenlijk een strijd te voeren voor lotsverbetering.

En waar ik nu in beide organisaties 'strijd-vereenigingen zie, voor het heden èn voor de toekomst, daar moge de heer Diemer de volgende vraag in overweging nemen: We hebben gezien in den afschuwelijksten aller oorlogen, welke rampzalige gevolgen de reuzenstrijd tusschen twee groot-organisaties met zich sleept. Eenerzijds de geweldige organisatie in Germanje van het stomme staal, en anderzijds de listige organisatie in Brittanje van de geslepen tong der diplomatie. Die strijd heeft heel de wereld in een verstikkenden kruitdamp gehuld', waarin wij nog heden ten dage (en wie weet hoe lang nog) angstig rondwaren zonder ook maar één lichtpunt te ontdekken.

Bestaat er nu igeen gevaar, dat wanneer eenmaal heel het terrein van den arbeid zal georganiseerd zijn in een organisatie van werknemers en een organisatie van werkgevers, een mogelijke strijd tusschen die twee grootmachten zal leiden tot nog jammerlijker debacle, dan dat van den volkerenkrijg?

Want dat er strijd zal blijven ook op dit terrein, staat voor mij even vast als het geloof dat deze oorlog geenszins de laatste zal zijn, alle anti-oorlogsraden, volkerenbond-theoretici en pacifisten ten spijt. Door organisatie zal de strijd van het proletariaat niet uitgestreden worden.

2o. De dwang. Wij, Nederlanders, hebben den naam van een bovenmate zeer vrijheidslievend volk te zijn; geen wonder dan ook, dat wij wars zijn van veel staatsbemoeiing en afkeerig van allen dwang; en todh de organisatie zooals de heer D. zich die denkt, dwingt den arbeider, dwingt den patroon en dwingt het publiek. Wat toch leert de practijk? De werknemer, die zich niet organiseeren wil, kan geen werk krijgen, de patroon die niet organiseeren wil kan geen grondstoffen en gieen arbeiders krijgen en het publiek wordt gedwongen de prijzen te betalen zooials de organisaties ze believen vast te stellen.

De heer D. beroept zich zoo gaarne, om een voorbeeld te stellen hoe goed de organisatie werken kan, op de grafische vakken, doch juist bij die vakken zien we thans dien dwang. En de zegeningen dier organisatie zijn ©een andere, dan dat door dien dwang de werknemers, ja, wat meer verdienen, de werkgevers zorgen dat ze heel veel verdienen, en het igieaoht publiek hooge prijzen mag betalen voor alle graphische producten.

En nu is dit geen uitspraak van mijzelf, doch eene ongevraagde verklaring van meer dan eenen drukkerspatroon.

Als dan de heer D. beweert, dat er wat dit laatste betreft eene zelfwerkende rem ligt in het feit, dat een artikel niet meer gekocht wordt, zoodra de prijs uitgaat boven de waarde, die het publiek eraan toekent, dan stel ik daartegenover het feit, dat het publiek geen warenkennis bezit,nooh essentieel, noch relatief, en bovendien niet vraagt naar de waarde van een artikel indien het inderdaad hieraan behoefte heeft. Mijn bewering wordt gestaafd door het feit, dat nog enkele maanden geleden hier in Amsterdam een stukje karnemelkzeep ter waarde van 10 cents grif gekocht werd voor een rijksdaalder, terwijl eene verkwistende vrouw f 80.000 betaalde voor een bontmantel, die toch slechts

23

Sluiten