Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienen moest om een stoffelijk omhulsel van haar stoffelijk omhulsel te zijn.

Ergo, het publiek zal alles betalen, bijgevolg dus ook de arbeider, en ziehier weer de kringloop van loonsverhooging en stijging der productieprijzen.

Het meest treft wel die dwang en zijn gevolgen den werkgever; nietwaar de heer D. zegt: het risico der conjunctuurdaling moet voor hem zijn (dit is trouwens thans ook doorgaans het geval), over loon, over den arbeider, over arbeidsduur enz. zal hij niet te beslissen hebben; doch over het afzetgebied, zegt de heer D. zoo leukweg, heeft de werkgever alleen te beslissen.

Dit laatste geloof ik echter niet bij een radicale doorvoering van het organisatiesysteem; wel degelijk zal hij ook op dat terrein gebonden worden, ik ken daarvan thans reeds de voorbeelden, maar dat neemt niet weg, dat menig patroon zeer gaarne dit restje van zijn souvereiniteit op het altaar der organisatie zal willen offeren, zoodat dan de vakbond der arbeiders hem niet alleen verlost van de zorg voor zijn werklieden, maar tevens van de zorg die op hem drukt om door het vinden van voldoende afzetgebied den strijd om het bestaan te kunnen volhouden.

3o. De afbreuk der persoonlijkheid. Goethe heeft eenmaal zoo teekenend gezegd: „Höohster Gut der Menschenkimder, ist doch die Persönliohkeit" en waar ik voor een groot gedeelte meega met die uitspraak, daar betreur ik het, dat bij het organisatieplan van den heer D. de persoonlijkheid, het persoonlijk initiatief, zoo deerlijk in het gedrang komt. De organisate is het die voor alles en in alles zorgt, en zelf heeft men niets te doen, en mag men zelfs niet doen.

Mijnh. de Voorz., het nieuwe geluid in den nieuwen tijd, is mijns inziens de voortrollende luchtgolving, die haar moederlijk ontstaan in eersten 'aanleg dankt aan het spreekorgaan van mannen als Marx, Bebel, Kant enz. Ik bedoel dit, dat we naar elke nieuwe vondst op sociaal terrein maar niet als kinderen de gretige handen uitsteken, maar in de allereerste plaats hebben te vragen of wij door onze sociale maatregelen ook inderdaad de verloren tevredenheid in de harten der menschen zullen terugbrengen en waardeering en toewijding bevorderen-

Resumeerende, moet ik tot mijn spijt verklaren, dat ik geloof, dat dit door de organisatieplannen van den heer D. niet zal bereikt worden..

Doch dit staat vast: gelukkig is het land, gelukkig is de arbeider, gelukkig is de patroon, bij welke deze organisatie overbodig is, en waar gewerkt en geleefd wordt bij wederzijdsche zorg voor elkander, bij wederzijdsche waardeering van elkander, bij teedere nauwgezetheid in het onderhouden Van Gods geboden ten dezen, en waarbij alles zich richten wil op de eere van Hem, die alleen de gezegende eindvervulling geven kan van eiken socialen nood.

Vervolgens is het woord aan Ds. J. C. Sikkel (Amsterdam), die als volgt spreekt:

Het is mij een behoefte, mrijn hartelijke waardeering uit te spreken voor de referaten van Prof. Slotemaker de Bruine en van den heer Diemer, het theoretische en het practische, over de maatschappelijke organisatie van den arbeid, en de hoop te uiten, dat dit Christelijk

Sluiten