Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sociaal Congres in een resolutie zijn ddhaesie zal geven aan het gronddenkbeeld dier referaten.

Terecht heeft Mr. de Wilde er bij dit congres op aangedrongen, dat wij, Christenen, in de sociale beweging er toch naar zullen staan, om ons helder bewust te zijn althans van het aanvankelijk einddoel van ons streven.

Dat einddoel kan en mag voor de arbeidsgemeenschap niet gelegen zijn in de vakorganisaties en vakbonden ©enerzijds en in de organisaties van patroons en den band tusschen de bedrijfsondernemingen anderzijds, — hoezeer ook ik bij toeneming overtuigd ben, dat we die organisaties met groeiende kracht en ijver hebben te bevorderen.

De maatschappelijke organisatie van den arbeid is met de tegenstelling van deze beide organisaties niet verkregen. Integendeel; men brengt het met deze organisaties, — of men wil of niet, — niet verder dan tot een standen- of klassenorganisatie, die dienstbaar is, en wel zijn moet, aan ©en standen- of klassenstrijd.

Laten wij, Christenen, ons toch ernstig rekenschap geven van den maatschappeli|ken toestand op het gebied van den arbeid', van het onrecht, dat daar leeft en werkt, en van de ontzettende gevaren, die in den huidigen wereldtoestand ons als ©en oordeel Gods 'bedreigen.

Dat onrecht blijf ik zien, en het 'klaagt voor mijn Christelijke consciëntie, in den veelszins bezitloozen en rechteloozen toestand van een groot deel der menschen in onze maatschappelijke samenleving, bepaald op het terrein van den arbeid.

God de Almachtige, wiens de aarde is en haar volheid, heeft haar aan de kinderen der menschen gegeven, en al heeft Hij het oordeel der smarten over heel het menschengeslacht uitgesproken bepaald ook in verband met die gift der aarde, toch heeft Hij die gift niet teruggenomen of voor enkele bevoorrechten gereserveerd, maar Hij heeft aan allen recht op die aarde gelaten tot het gewin van brood door arbeid. De aarde en haar volheid zijn en omvatten alle productiemiddelen voor don arbeid, om de verzorging en genieting des levens, voor zooveel de stoffelijke middelen aangaat, daaruit te gewinnen. Heel de menschheid is daarin solidair; en voor het menschenleven op de vernieuwe aarde, die uit don zondvloed oprees, heeft de Heere de broederschap aller menschen en daarmee hun maatschap tot een ordinantie gesteld in de Noaohitische ordening: „Voorwaar, Ik zal de ziel des menschen van de hand van ieder mensch als van zijn broeder eischen, want God heeft den mensch naar Zijn beeld gemaakt!" De „broederschap aller menschen in hun leven op aarde is geen revolutiewoord; zij is een Godswoord. En wij, Dienaren des Woonde, en alle Christenen hebben maar niet het Evangelie te prediken voor de vergeving der zonden en het eeuwige leven, maar wij hebben ook het Godswoord te prediken voor het maatschappelijk leven der menschen in broederschap op de aarde, en bepaald ook in den arbeid, waarvan de aarde en haar volheid als productiemiddelen gegeven zijn.

Nu gaat in dien menschenarfoeid het particulier initiatief uit naar het recht der persoonlijkheid en vormen zich in de maatschap grcepeeringen en tegenstellingen van groepen; maar daarmee komt ook allerlei ongerechtigheid' op en vormen zich ook allerlei ongerechtigde toestanden; en het Woord Gods en het getuigenis en pogen dergenen, die den

Sluiten