Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heere vreezen en dienen, en aller menschen, moet tegen die ongerechtigheid! ingaan. De broederschap aller menschen wordt van ieder mensch geëischt en moet in de maatschapsgroepeeringen in den arbeid met de productiemiddelen gehandhaafd en, zoo noodg, hersteld worden. Ik weet wel, dat niet ieder mensch een stuk van de aarde of een deel harer productiemiddelen kan bezitten; dat behoeft ook niet, en dat is niet gewenscht; maar gewenscht is maatschap naar ieders kracht en recht in den productieven arbeid, in het gebruik der productiemiddelen. Ik erken bij Gods Woord het mensohehjk recht op die maatschap en daarom medezeggenschap in die maatschap in verhouding tot ieders arbeid. En daarom acht ik den huidigen toestand in onze nog door het Woord Gods en de Christelijke belijdenis verlichte wereld, waarbij op het terrein van den arbeid de groote menigte der menschen rechteloos staat, wat het medezeggenschap in de maatschap bij 'het gebruik der productiemiddelen aangaat, een toestand, die tot God in den hemel roept.

Gewis, bij dezen toestand zijn de rechtloozen, die met al hun talenten en krachten slechts loonarbeiders kunnen zijn en blijven, verplicht zich samen te (binden in organisaties, en de bedrijfsondernemers znn daartegenover gehouden tot organisatie voor onderling! beraad. Zóó kunnen over en weer bedingen worden gemaakt voor loon en arbeidsvoorwaarden. Maar daarmee is het onrecht niet weggenomen. Slechts de legermachten worden zoo georganiseerd en gesterkt tot klassenstrijd, tot broederstrijd. In politieke macht en staatswetten worden allerlei uitwegen gezocht. Totdat, — noodzakelijk, — de sociale revolutie doorbreekt, wie weet hoe spoedig, die ook de staatsmacht zal neerwerpen of aan de klassewraak dienstbaar zal maken.

Dat willen de verleiders door het huidige socialisme en anarchisme. Wij, Christenen willen dat niet. Maar daarom moet mee door het krachtig initiatief onzer Christelijke arbeidersorganisaties en patroonsorganisaties, — waarom Heten zoo weinig Christelijke patroons zich op dit congres nog hooren? — ik zeg, door het initiatief mee onzer Christelijke vakorgansaties moet met bezieling in de vreeze Gods geijverd worden, om door het collectief arbeidscontract te komen tot democratische bedrijfsorganisatie; om het goed beschreven recht der arbeiders te bedingen op verzekering hunner positie, en op wel geoonstituerde medezeggenschap in het bedrijf bij- het gebruik der productiemiddelen, tot bevordering van vrede en broederschap, en tot het igewin van ieders eigen brood met recht en eere in den arbeid. Dat zal zijn de Christelijke zedelijke maatschappelijke organisatie van den arbeid, de vrijmaking van den arbeid. (Applaus).

Daarna spreekt Mr. J. D o n n e r (Rotterdam) het volgende:

Bij de enkele opmerkingen, die ik mij over de uiterst belangrijke referaten over dit bijzonder beteekenend onderwerp ga veroorloven, zou ik mijn uitgangspunt willen nemen in deze vraag: of de typeering der referaten, zooals die door de Regelingscommissie is gegeven, wel de juiste is. Naar het programma toch zouden wij van Dr. S. de Br. het theoretisch vertoog, van den heer Diemer het practisch program hebben verwacht. Zie ik echter wel, dan ligt de zaak toch ietwat anders. Mij dunkt, de beide referenten geven èn theorie èn practijk, maar het door hen in besdhouwing genomen terrein is voor ieder van hen

Sluiten