Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zweeft, op een uitbouw, als ons Dr. S. de Br. in zijn z.g. theoretisch referaat heeft geteekend, opdat daardoor de economische bedrijfsorganisatie in den door den heer D. geschetsten eindvorm overbodig worde? .

De heer A. Mastenbroek (Rotterdam) merkt op, dat beide referenten het nut van bedrijfsorganisatie erkennen. Mr. Veraart acht nieuwe organisatie niet noodig. De moderne bedrijfsorganisatie heeft de gevaren, die ook de gilden hadden en maakt brandschattng van den consument mogelijk. Naast de bedrijfsorganisatie moeten nieuwe organen, nieuwe raden e. d. komen. De uitbouw is even praktisch als de bedrijfsorganisatie. De organisatie-Mee is al voldoende doorgedrongen om de vakorganisatie te gebruiken als kiescollege van de raden van arbeid. Dien steun moet met aan de vakorganisaties niet onthouden.

De heer Mr. H. B ijle veld Jr. (Amsterdam) meent, dat het vandaag het brandpunt van het congres is. Hadden we hier een oplossing, dan zouden we alle andere vraagstukken tegelijkertijd nader tot hun oplossing gebracht hebben. Spr. ziet met blijdschap het idealisme van den heer Diemer, die aantoont, dat het Christelijk beginsel ons ook hier niet tegenhoudt. In ons Christelijk beginsel zit de stimulans voor de oplossing van alle vragen van groote alles overheerschende beteekenis. Komt er uit dit Congres niet iets voort, dat praktisch is, dan is de arbeid niet geslaagd. De arbeiders moeten iets concreets krijgen. Er moet een man optreden van God gegeven, die de zaak krachtig aanvat en in het goede spoor leidt. Overigens vraagt Spr. of niet als vrucht van dit Congres een organisatie van het intellect en de mannen der practijk mogeük is, zoo dat we niet over 27 jaar weer een Congres hebben, waarop we nog tastende en zoekende zijn, maar dat spoedig een schema geboden wordt, dat de oplossing practisch nader brengt. (Applaus).

De Voorzitter antwoordt op dit laatste, dat de voorstellen reeds gereed liggen.

Vervolgens spreekt de heer J. W. Ree se (Amsterdam) aldius: Ook ik acht de besprekingen van de referaten die thans aan de orde zün het hoogtepunt van dit ons congres. In de maatschappelijke organisatie, zooals de heer Diemer die teekent als organisatie van vakken, van de bedrijven, ligt,— ook naar mijn overtuiging — de mogelijkheid om de oplossing der sociale kwestie nabij te komen. Doch dan ook alleen wanneer op die organisatiën de Christelijke beginselen als een zoutend zout inwerken. Door de zonde kwam de wanorde, door de verlossing die in Christus is alleen, kan de orde ook op sociaal terrein worden hersteld.

De heer Diemer heeft met mij schouder aan schouder gestreden den zwaren strijd voor de erkenning van het bestaansrecht der organisatie van Christelijke patroons in het grafisch bedrijf. Een strijd, dien wij aanvankelijk hebben gewonnen.

Vandaar dat ik zoo gaarne had gezien, dat de heer Diemer in zijne saamvatting een zinsnede had opgenomen, die met kracht aandrong op eigen organisatie van de Christelijke patroons in ieder bedrijf. Den GhristeMjken arbeiders is de plicht tot het vormen van eigen organisatie reeds jarenlang voorgehouden1. En terecht. Voor de patroons bezag men

Sluiten