Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorheen de zaak ietwat anders. Doch de ontwikkeling der tijden heeft het nu toch wel geleerd, hoe noodig het is, dat die Christelijk georganiseerde arbeiders tegenover en naast zich vinden de Christelijk georganiseerde patroons, opdat er tusschen beide organisatiën contact zij, opdat zij met elkander de inwerking der Christelijke beginselen op het bedrijfsleven kunnen bevorderen.

Meende men voorheen dat de patroons-organisatie slechts op volkomen neutraal terrein zou hebben te arbeiden, dat is wel anders gebleken. De regeling van heel het bedrijf behoort tot haar taak. En wil de inwerking der Christelijke beginselen op die regeling niet worden gemist, dan zullen ook de patroons zich hebben te sterken in eigen kring en dat voor ieder bedrijf.

Van harte hoop ik dan ook dat van den heer Diemer nog in deze vergadering een krachtige oproep zal worden gehoond voor de eigen organisatie der Christelijke patroons.

Ds. J. de Vries (Tilburg) vraagt o. m. of de patroons in verband met het streven naar hooger loon van de zijde der arbeiders niet wel zullen doen met het oprichten eèner organisatie met weerstands- en verzekeringskas.

De heer A. v. d. Heijden (Botterdam) vraagt den heer Diemer of het niet zeer noodig ware geweest in zijn referaat het instituut van raden van arbeid te verwerken. Voorts vraagt 'hij of die lichamen niet zulen optreden als concurrenten van de werkliedenorganisaties. Dat zou een veel erger strijd kunnen geven dan tegen de kamers van arbeid. Die raden van arbeid krijgen wellicht zooveel bevoegdheden, dat de arbeiders- en patroonsorganisaties straks met blauwen neus door het leven gaan.

Ds. H. Koffyberg (Muiden) vraagt twee inlichtingen, n.1. le. of het niet wenschehjk is in de derde „samenvatting" van Prof. Slotemaker de Bruine's referaat achter het woord „maatschappelijke organen" in te voegen de woorden: „naar christelijk beginsel"? Wij staan toch met de beoogde „organisatie der Maatschappij" in het brandpunt van de sociale kwestie en mitsdien in het brandpunt van den toekomstigen eindstrijd' tusschen Christus en den anti-christ, tusschen de belijders van den Christus en Zijn verwerpers. De meerderheid, en derhalve de macht, zal in de toekomstige organisatie der Maatschappij dreigen in handen' te vallen van hen, die den zuurdesemenden invloed van Christus' Geest en Gods grondordinanliën, al bewuster gaan tegenstaan, en heel het maatschappelijk leven zullen zoeken over te leiden in den almachtigen alles en allen beheerschenden atheïstischen Staat. Organisatie toch is op zichzelf niet een specifiek Christelijke gedachte; de ongeloofsmannen en massa zijn juist den Christenen voorgegaan op het stuk van al straffer organisatie, ook van het maatschappelijk bedrijfsleven.

Is daarom niet noodzakelijk ccizerzijds het positief christelijk uitgangspunt van de na te streven „organisatie der Maatschappij" (die toch eens publiekrechtelijke organisatie zal moeten verkrijgen) van meet af vast te leggen in de actie die daartoe ook onzerzijds uitga?

Ten tweede vraagt spreker opheldering in 'zake een uitspraak van den heer Diemer, in zijn referaat, blz. 100: „In de Nieuwe Bedoeling,

Sluiten