Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu de arbeid vrijgemaakt is door den Heiland der wereld, wijzen zulke (n.1. O.T. wetten en bepalingen in de z.g. Israëlietische, Mozaïsche wetgeving) ordinantiën ons niet den weg".

Is deze uitspraak niet onjuist, omdat zij miskent de nu nog zelfs voortdurende inwerking van de goddelijke beginselen dier „ordinantiën", ook op ons maatschappelijk leven; zooals de werken van b.v. Ed. Schall en van Dr. W. van Es duidelijk aanwijzen; zoodat door deze uitspraak een groote schat van maatschappelijke tendenzen en richtingslijnen uit Gods Woord wordt prijsgegeven?

De heer Chr. v. d. Heuvel (Haarlemmermeer) vraagt of het onderwerp niet toreeder aangekondigd is dan het werd behandeld. De referaten gaan geheel alleen over de industrie en dan nog alleen over de loonquaestie. De heer Diemer behandelt slechts het arbeidscontract en niet de bedrijfsorganisatie. Spr vraagt of deze industriëele quaestie het hoogtepunt is en hoe de zaak staat ten aanzien van landbouw en handel. Ook vraagt hij of wel voldoende rekeninigi gehouden is met de noodzakelijkheid van de Christelijke patroonsorganisatie, die niet mag zijn afweerorganisatie, maar moet hebben een positief en niet alleen een negatief doel.

De heer K. Sybranda (Heerlen) herinnert er aan, dat volgens de referenten de Christelijke vakbeweging moet worden uitgebouwd en merkt in dit verband op, dat zeker 6000 leden van een interconfessioneel© organisatie van dit congres waren uitgesloten. Spr. vraagt in het bijzonder den heer Slotemaker de Bruine of dit punt niet tot oplossing moet gebracht worden.

De heer Mr. V. H. Bu t g e r s (Boskoop) vraagt den heer Slotemaker de Bruine of, als nieuwe organen noodig zijn, deze niet, in tegenstelling met de vakorganisatie, iets (gekunstelds zullen hebben. Territoriale begrenzing, indeelin© in vakken, enz. De bestaande organen groeiden en Spr. vraagt of aansluiting aan die organen niet het beste ware. Hij acht een der belangrijkste quaesties het bindend verklaren van het collectieve arbeidscontract en vraagt den heer Slotemaker de Bruine, welk standpunt deze daartegenover inneemt. Die Gesellschaft für soziale Reform te Berlijn besprak onlangs dezelfde quaestie. Minister Heinsmann huldigde daarbij het denkbeeld van Brentano inzake organisaties met alle arbeiders van een bepaald vak voor de vaststelling der arbeidsvoorwaarden. De verkiezing zou moeten geschieden naar het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Spr. meent, dat de invloed der Christenen eerst tot zijn recht kan komen bij dit laatste stelsel. Maar hij wil vooraf verbindendveiklaring van het collectief contract. Dat doOl is bereikbaar in afzienbaren tijd.

De heer Diemer begint zijn 'beantwoording der gemaakte opmerkingen met er op te wijzen, dat we nu, noch later erin zullen slagen het sociale vraagstuk op te lossen.

Spr. stond 25 jaren in den maatschappelijfcen strijd en heeft daarbij ervaren, dat de wetenschap de mannen van de practijk nog al eens dikwijls alleen laat staan. Als personen van andere richting ons vroegen wat op dit stuk de Christelijke beginselen eischten, dan moest veelal gezwegen worden. Daarom heeft hij beproefd in zijn studie, gesteund door de practijk, een ideaal op te heffen, hetwelk waard is, dat ervoor gestreden wordt. De bedoeling zit voor, 'hierdoor te komen tot realisee-

Sluiten