Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houden, opdat naar Ghribtelrjke overtuiging het beiderlei terrein van Staat en Maatschappij voortdurend onderscheiden blijve.

VIII. Door de vakvereenigingen van patroons en arbeiders, uit het leven zelf opgekomen, dienen in de particuliere bedrijfswereld de arbeidsvoorwaarden op den grondslag van de collectieve arbeidsovereenkomst te worden vastgesteld. De collectieve arbeidsovereenkomst, uitgebouwd tot bedrijfsorganisatie, bevordert den socialen vrede, doet den arbeider belang hebben bij een goede functioneering van het bedrijfsleven, kan de welvaart van patroon en arbeider op hooger peil brengen, zoomede een krachtigen steun bieden aan de Overheid bij het treffen van sociale maatregelen. De mogelijkheid tot bindendverklaring van 't collectief contract moet bestaan. Indien gevaar bestaat van schending der rechten van den persoon of uitbuiting van den consument, heeft de Overheid daartegen maatregelen te treffen.

De eerste resolutie wordt met 'algemeene stemmen aangenomen.

Bij de tweede resolutie worden enkele opmerkingen gemaakt; o.a. wordt gevraagd of staking van overheidspersoneel is uitgesloten. Op welke vraag de Voorzitter antwoordt, dat daarover de resolutie in 't geheel niet handelt. Voorts merkt Dr. Kromsigt op, dat het laatste zinnetje wat mat is. Er moet geen sprake zijn van kunnen of mogen, maar van moeten. (Applaus). De Voorzitter merkt op, dat de bedoeling geen andere is. De conclusie wordt, met slechts een kleine minderheid tegen, aangenomen.

Bij resolutie drie vraagt de heer v. d. Heuvel waarom speciaal bij den landbouw van een eigen roeping moet gesproken worden. Waarop de Voorzitter antwoordt, dat geworsteld wordt met het feit, dat de boeren en tuinders in neutrale organisaties zitten. De resolutie wordt met algemeene stemmen aangenomen.

Bij resolutie vier wil Ds. Roscam Abhing een verbod vragen van fabrieksarbeid, maar de Voorzitter zegt, dat de fabrieksarbeid niet algemeen als het gevaarlijkste is gebrandmerkt. Voorts wil Mej. Mr. Katz in plaats van bestrijden lezen beperken. Maar de Voorzatter wil bestrijden behouden, omdat het verder van strekking is. De resolutie wordt, met enkele stemmen tegen, aangenomen.

Bij resolutie rijf verdedigt Dr. Kromsigt een duidelijke veroordeeling van het Taylorstelsel. Hij wil bestrijding van het stelsel om de ethische en physische nadeelen er van. Meent men, dat een veroordeeling niet kan worden uitgesproken, dan is de zaak blijkbaar nog niet rijp voor een beslissing. Ook van andere zijde (de heeren Deventer, Schumacher, Nauta) wordt op een krasser uitspraak aangedrongen, terwijl de heer Kok met Dr. Kromsigt betwijfelt of de zaak wel rijp is voor een beslissing. De Voorzitter wijst er evenwel op, dat de naam Taylorstelsel niet in de resolutie moet worden opgenomen, daar dan alle verwarring voorkomen wordt en duidelijk aangegeven wordt, welk kwaad men treffen wil. De vergadering verklaart zich vrij algemeen voor aanneming van deze resolutie, nadat het begin aldus is gewijzigd: „Indien het „onverhoopt".

Sluiten