Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het mogelijk was, een antwoord te geven, waarmede de zaak was uitgemaakt! Dan hadden wij lang werk, terwijl wij de kwestie bespraken, dan hadden wij lang werk eer wij op de kwestie het antwoord hadden gevonden; maar dan hadden wij ten slotte het antwoord. Doch als wij het antwoord hebben, dan hebben wij het niet. En wij voelen, studeerende of werkende op het sociale terrein, dat wij altijd heen en weer worden geworpen. Het is te doen' om den individu, om den mensch, om den enkeling. Wij hadden het goed begrepen, maar waren eenzijdig geworden en zijn toen gaan pleiten voor organisatie en samenhang. Zoo doende zijn wij weer eenzijdig geworden en dus gaan pleiten voor den individu, voor den enkeling, totdat wij om zijnentwil den samenhang vergaten en dus zijn gaan pleiten voor organisatie. En het ééhe antwoord, dat altijd alles omvat, het is er niet.

Hoe komt het, dat op dit congres naast het pleit voor organisatie evengoed telkens gepleit is voor de noodzaak, dat onze maatschappij geestelijk zal worden doorzuurd? Omdat wij hoe langer boe meer begrijpen, dat als men het staketsel bouwt, wij er niet zijn. Dat als de geest het niet vult, men er nooit komt. Hier is iemand die zegt: zonder organisatie, zonder wet, zonder dat de overheid regelt geen uitkomst! Hij heeft gelijk. En hier is iemand, (die zegt: zonder den enkeling, zonder de toewijding van een gemoed geen uitkomst! En hij heeft gelijk. Wie heeft er nu gelijk? Wij gaan zig-zag heen en weer.

Moet de Staat zich bemoeien met dit onderwerp? Ja, zeggen allen, de Staat moet zich wel bemoeien met dit onderwerp. Neen, zeggen allen, de Staat moet zich niet bemoeien met dat onderwerp. Maar nu verder! Wilt u zoo vriendelijk zijn, om op te schrijven met welke dingen de Staat zch wel en met welke dingen hij zich niet bemoeie? Dat is onmogelijk. Wij hebben wel een prachtig antwoord, zoolang het niet op het leven behoeft te slaan; maar wij hebben geen vast antwoord, wanneer het op 'het leven moet toegepast worden.

Wat mij getroffen' heeft in de discussies — en wat mij extra treffen kon, omdat ik achter de bestuurstafel zat en alle gezichten zien kon — is: wat hebben wij de dingen van verschillenden kant leeren zien. De vrouw zei: zoo staat het niet, en de man zei: zoo staat het. De patroon zei: zoo staat het, en de arbeider: neen, zoo staat het niet. De middenstander zei: zoo staat het, en de niet-middenstander zei: neen, zoo staat het niet. Terwijl zij zoo spraken, moest ik denken aan een vriendelijke dame, die mij eens zeide: het is zoo vreeselijk onaangenaam; ik lees veel couranten, maar ik ben het altijd eens met de laatste courant, die ik lees. De patroon had gelijk en de arbeider had gelijk; de man had gelijk en de vrouw had gelijk; de middenstander had gelijk en de niet-mdddenstander had gelijk. Wie heeft er nu gelijk?

Sluiten