Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dat kan bij ons — nu zal ik het gevaarlijk zeggen en ik hoop, dat ik niet eigengerechtig wond! en u niet eigengerechtig maak — dat bij, ons beter dan bij wie ook, omdat wij de dingen, die wij noodig hebben, beter hebben hier dan waar ook.

Men moet een maatstaf hebben voor het openbare leven! Weet gij. een maatstaf fijner, zuiverder dan die maatstaf van Gods heilige wet; heel iets anders dan een natuurwet, heel iets anders dan economischenoodzakehjkheid, heel iets anders zelfs dan menschheidsdrang. Gods heilige wet, dat is de maatstaf, waarmede wij werken.

Wij hebben een drijfveer noodig! Weet gij een drijfveer, die steviger aandringen kan, dan de drijfveer, dat wij Gods verheerlijking zoeken. Ik weet, hoe dikwijls wij dat woord misbruiken en hoe dikwijls wij blijven beneden de zaligheid van dat woord, toch is dat de eigenlijke drijfveer: God moet verheerlijkt worden. Weet gij een drijfveer, die daar boven uit gaat?

Wij hebben een ideaal, waarvoor wij werken: God zal Koning worden! Weet gij in de gansche wereld een ideaal, dat daar boven reikt?

Welnu, als zoo de positieve Christenen rijker zijn dan wie ook, dan zijn wij rijker ook in daden.

Gij denkt, dat ik mij vergis? Ik vrees ook, dat ik mij vergis. Maar als wij niet rijker zijn in daden dan een ander, dan is dat niet Gods schuld; dan is dat niet de schuld van Zijn gaven en niet de schuld van Zijn licht. Als de schuld daar niet ligt, dan weet gij nu wel, aan welke zijde die schuld dan liggen moet.

Nu wij, mannen en vrouwen, hier samen geweest zijn om te zeggen, dat het koningschap van Jezus Christus door ons overal wordt begeerd, durft nu eens door uw leven gaan zonder daden! Wat gij overigens hebt, kan mij nu weinig belang inboezemen. Maar als wij dat ééne meenen, dan vraag ik het hier aan u en aan nüjzelven, één enkel woord: Hier is Zijn licht, waar is uw daad? Hier is Zijn kracht, waaris uw daad? hier is Zijn aandrijving, waar is uw daad!

De vergadering betuigt door langdurig applaus haar warme instemming met deze rede. Als dit applaus geëindigd is, neemt nog eenmaal Prof. Diepenhorst, als voorzitter, het woord om enkele formaliteiten te vervullen, die echter zooals hij opmerkt eischen zijn van gevoel en hart. Hij meent, dat bij het terugzien op het congres, dat zooveel perspectieven geopend heeft, woorden van warmen dank op hun plaats zijn. Dank brengt hij aan de predikantea, die op de wijdingssamenkomst spraken. Dank ook aan de referenten voor de degelijke betoogen. Van geen.hunner kan gezegd, dat hij toepaste: God zegen' de greep. Niemand maakte zich er met een Jantje van Leiden af, al waren ze ook voorzichtig in hun uitingen. Dank wordt ook gebracht aan de debatters voor hun keurige en bondige wijze van debatteeren, welke de vrucht

Sluiten