Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag genoemd worden voor de organisaties, die de debatting power ontwikkelde. Dank ook aan de studenten voor hunne diensten. Men zou kunnen vragen of deze heeren niet beter deden te studeeren. Maar Spr. antwoordt dat men niet alleen studeert uit boeken, doch ook uit het praktische leven. Dank wordt voorts gebracht aan het vrouwencomité voor het organiseeren van de vrouwenvergaderingen en voor de zorg voor de huisvesting id'er congresleden. Dank ook aan de firma -Goldschmeding voor het afstaan en het bespelen van het orgel. Dank tenslotte aan allen, die medewerkten het congres zoo te doen verloopen, als allen dat samen hadden gewild.

In aansluiting hieraan richt de Voorzitter zich ook tot JhT. Mr. A. F. de Savornin Lohman Sr., die ondanks zijn hoogen leeftijd alle vergaderingen van het congres bijwoonde. Jamnier was het dat ook niet Dr. Kuyper aanwezig was. Alle pogingen om hem te bewegen op het congres te komen mislukten. Toch eischt de piëteit, dat hij naast Lohman en Pierson met dankbaarheid wordt genoemd. Spr. zou dan ook aan Dr. Kuyper willen schrijven, dat tijdens dit tweede congres telkens is naar voren gekomen de beteekenis van het eerste congres, dat ondei Dr. Kuypers geniale leiding plaats vond, en de beteekenis van wat hij inzake het sociale leven heeft tot stand weten te brengen. In verband hiermede deelt Spr. mee, dat toen het eerste congres gehouden werd hij zelf twaalf jaar was en net in. Amsterdam, en daar op het Christelijk gymnasium was gekomen. Het gelukte hem binnen de congreszaal te komen. Nu is zijn eigen zoon ook juist twaalf jaar en hij meende, zonder zich aan nepotisme schuldig te maken, zijn jongen op deze laatste vergadering van het congres te mogen medebrengen.

Intusschen vraagt Spr. wat het heerlijke was van deze dagen, wat het voornaamste van het geheele congres. En hij geeft zelve het antwoord op deze vraag in dezen zin, dat het heerlijke en schoone hierin gelegen was, dat we metterdaad op een der meest fundamenteele stukken onzer geloofsbelijdenis ons credo hebben doen hooren, dat wij hebben beleden: Ik geloof de gemeenschap der heiligen, ik geloof eene heilige, algemeene, Christelijke kerk. Ondanks alle verschillen in opvatting 'hebben we een beginsel, zijn we hier te zamen als zonen en dochteren van één Vader. En als nu •weer ieder zijn eigen weg gaat, blijve de diepe en groote eenheid. Alle verschillen mogen worden overstemd door dit ééne: We hebben allen eenen Meester, den Redder der menschen, die rijk was en arm werd, die stierf niet alleen om proletariërs te redden, maar allen, die zijn verschijning hebben liefgehad'. Die Meester was er een, die in het slavenkleed voor zijn jongeren bukte, daarna opstond en sprak: „Ik heb u een voorbeeld gelaten, opdat gelijkerwijs Ik ulieden deed, gij doen naoogt aan elkander". Spr. besluit met deze vermaning: dat de protestantsche christenen) van Nederland elkander niet langer mogen vertrappen en vertreden, maar den een den ander uitnemender achten dan zichzelf en zich vaster aaneensluiten tegenover ongeloof en revolutie, tot heil van het Nederlandsche volk en tot eer van Gods naam.

Als Prof. Diepeniforstdit slotwoord heeft uitgesproken staat Prof. SlotemakerdeBruineop om den Voorzitter te danken voor al wat deze deed voor het congres èn in geheime èn in openbare vergaderingen. Het was absoluut onmogelijk ooit boos op hem te worden, want hij

Sluiten