Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van alle Kerken, vereenigt u, ter verdediging van ons aller beste goederen I"

En wij stemmen met dien oproep in, en willen dien gehoor gevenmits het niet aldus verstaan wordt dat de geloovigen eene reactionaire' en conservatieve macht moeten vormen, om zoolang mogelijk de voorrechten eener bevoorrechte klasse te behouden. Ik geef toe dat de kerk mogelijk wel eens dien indruk heeft gemaakt, maar dat is toch inderdaad niet de roeping van hen die Christus' koningschap erkennen, „alom", dat is, „over arm en rijk". De erkenning van dat Koningschap roept ons tot moed en toewijding. Wij hebben een oog noodig, door de liefde van Christus gescherpt, een oog dat de nooden des naasten wil en durft zien, en niet dringt om tegenover hem voorbij te gaan. Wij hebben een hart noodig, door de heiligheid van Christus geleerd, begeerig naar barmhartigheid, en vol vertrouwen dat onze koning een machtige en rechtvaardige koning is, niet doof voor iemands nooden en mild over allen die Hem aanroepen.

Wij worden hier ontvangen door mannen en vrouwen die met ons hartelijk begeerig zijn naar de openbaring van Christus' Koningschap, en die daarom het „bid en werk" in hunne banier hebben geschreven. Daar is al heel wat arbeid aan de opening van dit congres voorafgegaan, en aan de voorbereiding van onze vergaderingen besteed. We komen nu hier, dankbaar voor de voorlichting, die we ontvangen zullen; en begeerig om straks, ieder naar eigen taak en kring terug te keeren, versterkt door elkanders aangezicht, door elkanders ijver; door elkanders geloof en hoop en liefde. Daar zijn er die hier nu in deze groote volle kerk neerzitten, en niet weten hoe zij 't hebben, zij zijn zoo gewoon aan een eenzame wachtpost; welnu, dat is juist het heerlijke van zulke vergaderingen dat ze ons een voorsmaak geven van de gemeenschap der heiligen; dat zij, die gewoon zijn aan eenzaamheid tusschen de menschen, nu op ééns bespeuren dat daar velen zijn in wie de polsslag klopt van hetzelfde geestelijk leven; en die een oog en een hart hebben voor , gelijke idealen en eenzelfde vergezicht. Als we in elkander broeders ' en zusters zien, dan sluit dat in dat we éénen Vader hebben, uit Wien al het geslacht in den hemel en op de aarde genoemd wórdt. Tot Hem is ons opzien, van Hem onze verwachting, van Hem bidden wij dat Hij ons bekrachtige naar den inwendigen mensch. Dan zullen we, rijk gemaakt door Zijnen zegen, en bekwaamd voor een zware taak in een zwaren tijd, wederkeeren een iegelijk naar zijnen arbeid, met verruimden blik, vernieuwde kracht, verhoogden moed.

Dat geve God!

Hierop werd gezongen: Gezang 3 : 6

Wy zegenen, o Heer, uw goedheid al den dag! Geef, dat eeuw in eeuw uit ons lied U loven mag, Geef, dat we bij uw komst onstraflyk wezen mogen! Ontferm, ontferm U, Heer! toon ons uw mededoogen! Op U steunt onze hoop, o God van ons vertrouwen! Zjj worden nooit beschaamd, die op uw goedheid bouwen.

Sluiten