Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord: Indien iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Rijk *Gods niet zien. (Joh. 3 : 3). Als de rijke jongeling komt, dan denkt hfl niet, welk een aanwinst die rijke zou zijn bij het schamele troepje dat Hem volgt, het is hem om zijne ziel te doen, en als het dien jongeling nog te zwaar is zijne ziel te laten genezen, dan laat Hij hem bedroefd heengaan. Heerlijk is het om te zien, hoe Hij zielen ■ gevonden heeft. Hij heeft ze gevonden bij de armen en eenvoudigen, den kinderkens, aan wie de Vader het heeft geopenbaard. Maar ook heeft Hij ze gevonden in het slijk der zonde; Hij heeft ze daar uitgehaald, en gereinigd, en die zielen weer schitterend gemaakt als edelgesteenten, en Hij schaamde zich niet hen broeders te noemen. (Hebr. 2 : 11). O, hoe is de heerlijkheid van die zielen openbaar geworden. Zijne eerste jongeren waren visschers, een ruw beroep, maar Jezus Christus heeft hen tot menschen visschers gemaakt, en • in de handen, die hard en zwart waren van touwen en roeiriemen, van teer en pek, heeft Hij de parel van groote waarde gelegd om ze verder te brengen, en Mattheüs de tollenaar, die naar de Oude Bedeeling een gebannene was, heeft Hij tot een Apostel gemaakt, en Hij heeft hem geroepen om het heiligste en heerlijkste leven te beschrijven, dat ooit geleefd is.

Zoo dacht de Heere Jezus over de menschenziel. Geen heerlijkheid zoo groot als die van de ziel, maar ook geen schade zoo treurig als die aan de ziel wordt geleden.

Daarom is hij gekomen, niet om de zielen der menschen te verderyen, maar om ze te behouden; daarom is hij niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn leven te geven tot -een losprijs voor velen. Daarom heeft Hij zijn eigen ziel gegeven, toen Hij alle nooden, alle ellenden, allen last, allen vloek-der zonde op zich heeft genomen en alles voor de in zonde verloren wereld gedragen heeft, Het Lam Gods, dat de zonde der wereld draagt! Zóó heeft Hij de zielen liefgehad, zóóveel waren de zielen waard in Zijne oogen. Zoo heeft Hij het woord toegepast: Wat baat het den mensch zoo hij de geheele wereld wint en toch schade lijdt aan zijne ziel!

Dat is het beginsel van Jezus Christus. De ziel Zijner barmhartigheid, is de barmhartigheid voor de ziel. En het moet de ziel van het Congres zijn, dat het met den Heere Jezus de heerlijkheid van de ziel erkent, als een heerlijkheid, die boven alle heerlijkheid der wereld is; als het de levensmacht van de ziel erkent, te midden van alles wat haar neêrdrukken en beschadigen kan.

Want, er is een bittere klacht, dat de ontwikkeling van het fabriekswezen in onze moderne maatschappij de ziel doodmaakt. Eenige jaren geleden, heeft Ad. Levensteyn te Berlijn vragenlijsten gezonden aan ruim 5000 arbeiders, en hun gevraagd, hoe zij over hun werk dachten. Van degenen die antwoordden, waren 80—90%, die er niet de minste vreugde in vonden. „Stel u voor, schreef er een, dat u een koffiemolen in handen werd gegeven, en dat gij dien dag aan dag, jaar in jaar uit, iederen dag 11 tot 13 uur moest ronddraaien!" La dien geest spraken de meesten. En toen bleek het, dat niet alle zielen zoo verstompt raakten. Een schreef: „Mij is een eentonig, machinaal werk'het liefste, waar ik bij nadenken kan, en ik denk' dan over moraal, recht, idealen", en «en ander bedacht onder zijn

Sluiten