Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk vertelsels en gedichten en muziekmotieven.~— Ge ziet, ook hier komt het ten slotte op de ziel aan.

Ik heb heden behoefte om nog aan iets anders te denken: Ons volk had dit jaar een jubileum kunnen vieren. Den 7den Januari was het 40 jaar geleden, dat Koning Willem III in het huwelijk trad met Haar, die wij nog altijd de Koningin-Moeder noemen. En als die twee namen ons op de lippen komen: Koningin en Moeder, dan spreken wij ze uit met een gevoel van ontroering en eerbied. Ik zal niet in het breede uiteen zetten, welk een stroom van zegen God door haar voor ons volk heeft gebracht, als Koningin en als Moeder. Maar het is een vriendelijke gedachte, dat wij ook op het Christelijk Sociaal Congres een woord wijden aan haar en aan den gedenkdag die onopgemerkt voorbij is gegaan. Want, wij weten immers hoe innig en liefdevol zij ook in onze sociale nooden heeft meegeleefd en mééleeft. En is ook dat niet de vastheid van den band tusschen haar en 'ons volk, dat hare ziel de ziel van ons volk heeft gevoeld, en ontmoet, en gevonden? Is dat niet de heerlijkheid van den band, dat zij zelve en ons volk het woord hebben mogen naspreken: „Uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God?" — Ja, als wij aan Hare Majesteit de Koningin-Moeder denken, ook dan leeren wy onzen tekst beter verstaan: Meer dan alle heerlijkheid^ die Zy als vorstin kon brengen, meer dan de geheele wereld is het waard, wat hare ziel voor ons volk geweest is.

Ik zei daar: van onzen tekst. Er zijn predikers, die gaarne van: .mijn tekst" spreken. Dan hoop ik altijd, dat het ook de tekst van de hoorders, van de gemeente mag worden. Mag ik hopen, dat de tekst ook Uw tekst zal zyn, de tekst van het Congres; de tekst van ieder Uwer persoonlijk?

Iemand zou anders kunnen denken. Hy kan den mdruk hebben dat ik den tekst gekozen had als een soort critiek, althans een tegenstelling, alsof ik bedoeld had, dat al dat spreken over sociale dingen, over geld en woningen, over fabrieken en werkmenschen eigenlijk niets is, en dat alles alleen maar aankomt op de ziel.

O neen, Broeders en Zusters! Ik heb in de referaten gelezen, en ik heb heden de openingsrede gehoord, en telkens weder wordt de groote gedachte gevonden van de heerlijkheid der menschenziel. Telkens zag ik ons tekstwoord blinken, al staat het niet gedrukt.

In dat woord is dan ook ten slotte de oplossing van het Sociaal vraagstuk. De menschen moeten de heerlijkheid van hunne ziel en van die hunner medemenscben leeren verstaan. Wij beleven schrikkelijke ty'den. Over de vreeselijkheid van den oorlog spreek ik niet; over de nog grootere vreeselijkheid van den na-oorlog ook niet. Maar wij moeten heden wel denken aan den oorlog op maatschappelijk gebied, den oorlog tusschen werkgevers en arbeiders, en tusschen de arbeiders onderling. Toen de Boeren en Bidders met elkander vochten, zeide Luther, met grimmigen humor: „Als de Boeren winnen, wordt de duivel abt, maar als de Bidders winnen, wordt zijn grootmoeder abdis". Zoo iets vreezen wij ook nu. O, als de zielen geen schade meer lyden, als de menschen de waarde van hunne ziel gaan beseffen, en ook van die hunner medemenschen, van heeren en ondergeschikten, zal het dan niet beter worden, zal er dan niet meer vrede en

25

Sluiten