Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geluk komen, meer waardeering, en samenwerken, en samenbidden ? Zal ook dan niet het woord beter toegepast worden: „Uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God?"

B. en Z.! Laat ons daaraan vasthouden, laat ons dat gelooven voor het Congres, voor het maatschappelijke, het politieke leven, voor ons zelf!

Gelooft gij het, voor ons volksleven ? Wanneer de verzoeking in de woestijn zich eens herhaalde, ook op sociaal politiek gebied, wanneer eens alle macht werd aangeboden aan, ik zal maar zeggen : de rechtsche partijen, maar — op voorwaarde, dat de broodkwestie uitsluitend op de voorgrond werd gesteld, en dat aan de kiezers geweldige beloften werden gedaan van voorspoed en welvaart, met verwaarloozing van de ziel (Matth. 4 vs. 3); op voorwaarde, dat met onwaardige en niet geheel ware reclame de hartstochten der menigte werden opgezweept (vs. 5); op voorwaarde, dat met menschen en middelen zou worden gewerkt, die niet geheel naar de heiligheid van het huis Gods waren, dat men het niet zoo nauw zou nemen

met waarheid en oprechtheid, met reinheid en eerlijkheid (vs. 9).

Wat zou uw antwoord zijn op zulk een aanbod? Ik ben overtuigd, dat gij allen slechts één antwoord zoudt willen hebben: Wat baai het een partij, zoo zij de geheele wereld gewint, en toch schade lijdt aan de ziel. Maar o B. en Z.! als eens de Christenen een volledig succes, een volkomen overwinning, een overgroote meerderheid konden winnen, en alleen met opoffering van een paar kleinigheden en een paar luttele gewetensbezwaren, — gelooft gij niet, dat het een zware, zeer gevaarlijke verzoeking zou zijn?Moge daarom doorklinken op ons Congres, en onder ons volk, ook in de gebeden voor hen, die zijne aanvoerders en leiders zyn: Wat baat het den mensch, zoo hij de geheele wereld wint, en toch schade lijdt aan zijne ziel I

Zal het dan ook Uw tekst zijn, de leus van uw eigen leven, van uwe ziel ? Hoe staat het met uwe ziel, B. en Z. ? Er zfln er, die hunne ziel laten honger lijden en dorst, die het brood en het 'water des levens niet zoeken, die hunne ziel naakt laten, die de zaligheid en de schoonheid van het kleed der gerechtigheid van Christus niet als haar sieraad zoeken; die hunne ziel krank laten, met de ziektevan zonde en wereldzin. Hoe leeft gij met uwe ziel? Lijdt ze geen schade, als ge in de wereld zijt? Wat zegt u onze tekst? Is hij uw tekst in uw leven in de wereld, in uw huis, in uw beroep, bij de opvoeding uwer kinderen, in de wijze waarop ge uw geld verdient, en het uitgeeft, en het weigert?

Dat zijn de vragen, die wij van hier moeten meenemen in ons hart. In het laatste oordeel zal de Heer zeggen: Ik ben hongerig geweest en gij hebt mij niet gespijsd ; ik ben dorstig geweest en gij hebt mij niet gedrenkt; ik ben naakt geweest en gij hebt mij niet gekleed r ik ben krank geweest en gij zijt niet tot mij gekomen. Dan zullen de menschen antwoorden: „Heer, wanneer hebben wij U hongerig, dorstig, naakt, en krank gezien, en hebben Uniet gediend? Wij zijn altijd goed voor de armen geweest, en ijverig in het bestrijden van de sociale nooden!" Maar de Heer zal antwoorden: „Wat ge aan uw eigen ziel niet hebt gedaan, dat hebt ge Mij niet gedaan."

B. en Z.! Dat wilt ge niet. Daarom, laat onzen tekst naklinken in uw leven als een trouwe waarschuwing van uw trouwen Heiland*

Sluiten