Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleven, zoudt ge voor uw sociaal congres geen wijdiingsure noodig hebben, en wanneer gij geen God kendet, Die Zijn schild opheft boven de zwakken, was het tevergeefs Hem aan te roepen, en voor uw economiechen strijd op Hem te vertrouwen. Wij zijn hoer dan ook bijeen in de ootmoedige belijdenis, dat er boven dit leven wel een eeuwige gerechtigheid troont, en alle samenkomsten, welke in deze dagen zullen gehouden worden, gaan uit van de vaste geloofszekerheid, dat de Heere regeert en Hij den socteal-^edruikte en den door stoffelijken nood terneergebogene een Helper is.

Maar, zoo werpt ge mij' misschien tegen, die waarheden' zijn zeer gemakkelijk uitgesproken, en dat belijden is op zichzelf schoon en troostvol, doch doet God wel recht? Strijdt Hij wel met de rechtvaardigen? Beschermt Hij de zwakken? Heeft de vurige vertolkster der revolutionaire gedachten niet in menig opzicht gelijk? Want immers, wanneer ge in deze wereld en op het terrein van het sociale leven uw blik laat gaan, treft uw oog onrecht op onrecht. Er schrijnen in de hedendaagsohe maatschappij zooveel bittere contrasten. Er wordt, en inzonderheid door hen, die het minste klagen, zooveel sociaal leed geleden. Ondanks allen strijd voor stoffelijke verbetering blijven er harde misstanden, en als die ellende een oogenblik uw ziel aangrijpt, is het geen wonder dat aan uw hart zich de klacht ontperst: Zou God het wel weten, en is er wetenschap, en ja, ook gerechtigheid bij den Allerhoogste? Schijnbaar niet en indien ge alleen rekendet naar uw menschelijken maatstaf, zoudt ge geneigd zijn in te stemmen met de bewering dat deze wereld, met al haar jammer, voor zulk een rechtvaardigen en barmhartigen God geen ruimte overlaat.

Doch daartegenover staat het nochtans van het geloof.

Dat geloof dringt achter den schijn tot het wezen der dingen, of wilt ge, tot de realiteit Gods en tot God zelf door, en aanschouwt, wat ge bij menschenlioht niet zien kunt. Het vindt zijn gangen in heel het leven en alle 'gebeuren. Het erkent dat de Heere recht is in al Zijn weg en werk. Het verstaat dat Zijn wegen, al gaan ze door de zee en door diepe wateren, toch rechtvaardig zijn. Hij belijdt, dat de ooi zaak der sociale elende wortelt in onze zonde en op den bodem van deze »ragen de zondeschuld der wereld ligt, en tot nu toe ervaart ieder, die zich door het geloof tot den hemel opheft, hoe zalig het is den God Jak'obs tot een Hulp te 'hebben, Die den verdrukte recht doet, en ook thans den hongerigen brood geeft.

Die betooning van recht vraagt God ook van den mensch. Hij wil, en bijzonder eischt Hij dit van hen, die Zijn naam belijden, dat zij in den weg der gerechtigheid Zijn navolgers zullen wezen, en wanneer Hij op den Sinaï aan Israël Zijm ordinantiën geeft voor het sociale leven, vraagt Hij in de eerste plaats en telkens weer oefening van gerechtigheid. In dat maatschappelijk saamleven spreke niet eerst het medegevoel. Hier is de moreele gedraging tegenover elkander niet louter aan de barmhartigheid ovengelaten. Hier moet in elke verhouding 's Heeren recht gezocht worden, en op dien basis bouwen psalmodie en profetie voort. „Doet", zoo roept de 82ste Psalm Israël toe, ,,doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme". „Een koning, aldus spreekt het Spreukenboek, die den armen in trouwe recht doet, diens troon zal in eeuwigheid bevestigd worden",

Sluiten