Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus van die ontferming jegens onze natuurlijke behoeften bewogen geweest.

Aanschouwt Hem slechts in de dorre vlakten van Dekapoliis. Daar is een menigte van vierduizend) mannen bij Hem, en als de ure daar is, dat deze huiswaarts moeten keeren, zegt Hij: „Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, want ze zijn nu drie dagen bij mij gebleven, en hebben 'niet wat zij eten zouden. En indien iik ze nuchteren naar hun huis laat gaan, zoo zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre" (Marous 8 : 2, 3). Welk een ontferming! De honger der schare is Hem bekend. Hun natuurlijke nood wordt door Hem gepeild. Hij ziet niet alleen de behoefte der ziel naar het brood des levens, mlaar aanschouwt ook hun gebrek aan aardsch brood, en.... Jezus gevoelt ztlch verplicht hun nood te vervullen en hun brood te geven. „Zij zijn, zoo zegt Hij, drie dagen bij Mij gebleven", en omdat zij bij Hem gebleven zijn, voelt Hij op zich de verantwoordelijkheid rusten hun honger te stillen. En.... Jezus kon in 'hun nooden inkomen, want Hij heeft Zelf den honger gekend. Uit eigen ervaring weet Hij wat het is geen brood te hebben, en niet gevoed te worden, en in onze zwakheden verzocht zijnde, 'kan Hij ons, die zwak zijn, te hulp komen.

Waar we nu zulk een barmhartig Hoogepriester in de hemelen hebben, zouden dan de hemelen voor ons gesloten zijn? Zij zijn, Gode zij dank, voor ons open. Zij laten over ons leven 's Heeren genade zien, en Hij, Die eens bewogen was over den honger en nood der schare, is in dien hemel gisteren en 'heden dezellfde en in der eeuwigheid.

Zijn Geest moet in ons wonen.

Door Zijn liefde moeten wij bezield zijn.

Ook wij zullen mededoogen kennen met de schare, die geen brood heeft. Ons hart zal vervult wezen van sociaal medegevoel. Wij zullen met warmte inleven in elkanders nooden, en als ons congres door dien geest van gerechtigheid en liefde beheerscht wordt, zal het rijke vrucht afwerpen voor heel ons volk en voor het koninkrijk des Heeren.

En nu ten slotte, wij komen op dit congres samen in het besef van een moeilijke toekomst. De taak, die wacht, is zwaar. De tijden worden ernstiger. De sociale strijd verscherpt zich. De geestelijke worsteling zal veel van uwe krachten vragen, en uw zoeken naar de gerechtigheid van het koninkrijk der hemelen zal u ontzaglijk veel ge< stelijke inspanning kosten. Maar geen nood. Wat ook kome, de Heere regeert. Hoe donker de horizont zij, aoMer de wolken glanst Gods licht. Gij kunt in heilig vertrouwen en bffij optimisme verder gaan. Boven uw hoofd troont wel de eeuwige gerechtigheid. In den hemel woont onze God, Die de zwakken beschermt en het onrecht straft. Gij moogt u vastklemmen aan Hem, Die rechtvaardig en barmhartig is, en Jezus Christus, uw sterke Held, staat u ter zijde. En welke moeilijkheden de toekomst in haar schoot berge, en hoe fel de tegenstand der duisternis ook zij, het laatste woord) is aan onzen Heiland, en wij heffen tegenover alle macht der revolutie de banier des Evangelies omhoog in het vaste, onwrikbare vertrouwen:

Amen, Jezus Christus, Amen

Ja, Gij zult in 't groot heelal,

't Rijk der duisternis beschamen

Tot het niet meer wezen zal.

Sluiten