Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE GEZELLIGE AVONDBIJEENKOMST.

Dinsdag 11 Maart, 's avonds te half acht had in het gebouw der „Maatschappij voor den Werkenden Stand" de eerste gezellige avondbijeenkomst plaats, dde buitengewoon druk bezocht was. Om feestelijk met bloemen versierde tafeltjes namen de vele belangstellenden, waaronder zeer veel dames, plaats. De congresvoorzitter, Prof. Diepenhorst, ook hier op zijn post, deed ter opening van het samenzijn ringen Gezang 3:1:

Wij loven U, o God! wij prijzeu uwen naam! U, eeuwig' Vader! U verheft al 't schepsel zaam. Zingt Serafs, Englenzingt!heftmachtenjaan|en tronen Onafgebroken rijz' uw lied op hooge tonen Gij, driemaal heilig zijt G', o God der legerscharen! Dat aard en hemel steeds uw grootheid openbaren.

waarna de heer J. Schoonderbeek met het „Amsterdamsche Dameskoor" achtereenvolgens ten gehoore bracht: „Lof zij den Heer" van Bach, het bijzonder de aandacht trekkende en indruk wekkende „So nimm denn meine Hande", ,;Kirchenliedl" van Bortniansky en „Gebet" van Hauptmann.

Daarna was het woord aan Dr. J. Lammerts van Bueren, van Zetten, die sprak over het onderwerp „Zedeloosheid".

Spreker betoogde, dlat een gezellig samenzijn en zedeloosheid niet bij elkander hooren. Een gezellig samenzijn is niet zedeloos en zedeloosheid is niet gezellig. Toch voelt hij zich dankbaar hier een woord van hart tot hart over dit onderwerp te mogen spreken. De atmospheer van onzen tijd is voor de zedelijkheid niet gunstig. Er is geen kracht van wil en geen teerheid van geweten. En toch, die 'beiden zijn noodig wanneer men een zedelijk leven begeert. De ongetoovige wetenschap had geleerd, dat men met de zedelijkheid het zoo nauw niet hoefde te nemen. Daartegen zijn mannen als Heldring en Pierson opgekomen. Zij hebben de publieke opinie omgezet.

Waren zij er toen? Neen. De oude dwalingen kwamen weer op. En daarom moeten wij in onzen dag weer (getuigen. Getuigen, dat wat moreel te veroordeelen is, nooit hygiënisch is goed te praten. Daar is meer: de misbruikte bioscoop, de slechte literatuur, de „poëtische" prediking van de vrije liefde, zij verkankeren de zedelijkheid. Tegenover de vrije liefde plaatste Spreker de heerlijkheid van het Christelijk huisgezin.

De zonden der volwasenen sijpelen door naar de kinderen. Nog juist kreeg Spr. een verzoek tot plaatsing van een meisje in een der Inrichtingen te Zetten, dat moeder moest worden. De verwekker was

Sluiten