Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vulkaan in uitbarsting is, geen hooger ideaal kennen dan een charmanten hoed; en geen anderen tempel dan het modepaleis.

De vrouw moet, en denkt ge, dat zij niet wil of niet kan? Johanna Naber heeft een boek geschreven, „Wegbereidsters" getiteld, waarin zij de voornaamste Debora's van onzen tijd ten tooneele brengt, en verhaalt wat Elisab. Fry gedaan heeft voor de gevangenen, Florence Nightingale voor de kranken, Josephine Buttler tegen de gereglementeerde ontucht, Herm. Beecher Stowe tegen de slavernij, en voegt er nog bij Mevr. Booth voor de verbreiding van het evangelie. Als ge dat boek hebt gelezen, vraagt ge niet meer, of de vrouw wil, of kan, dan blijft u slechts over te bidden, dat God nog vele zulke vrouwen uit onzen krmg verwekke, die haar beginselstandpunt kiezen in het "W oord Gods, haar bezieling ontvangen van den Heiligen Geest, en het bewustzijn van haar roeping versterkt weten door den chaotischen nood van deze stervende wereld.

Jezus heeft gezegd: Het Koninkrijk Gods is binnen ulieden. Er is, in het algemeen gesproken, geen hart, waarin het Koninkrijk Gods zóó de eereplaats inneemt als in het vrome vrouwenhart, want de natuur der vrouw is ontvankelijkheid. Welnu, laat zij het verborgen heiligdom van haar ziel openstellen "voor de heerlijkheid, de waarheid, de rechtvaardige zachtmoedigheid van den Koning. Naarmate des Konings dochter inwendig verheerlijkt is, zal haar gouden borduursel uiterlijk schitteren; naarmate zij passief is in het geloof, zal zij actief zijn in de liefde. Wanneer het Koninkrijk Gods groot is in haar, zal zij — en dit is de oplossing van het vrouwenprobleem door de van God gemaakte werkelijkheid — groot zijn in het Koninkrijk der hemelen. CApplaus).

Nadat nog gezongen was Gezang 3:6:

Wij zegenen, o Heer, uw goedheid al den dag! Geef, dat eeuw in eeuw uit ons lied U loven mag. Geef, dat we bij uw komst onstraflijk wezen mogen! Ontferm, ontferm U, Heer! toon ons uw mededoogen! Op U steunt onze hoop, o God van ons vertrouwen! Zij worden nooit beschaamd, die op uw goedheid bouwen.

kreeg de heer J. B. Snoeck Henkemans van Den Haag het woord voor een korte uiteenzetting over:

Sociale voorzorg en barmhartigheid.

Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

Er is geen schooner deugd, dan de barmhartigheid. De zachtmoedigen zullen het aardrijk beërven, de vreedzamen zullen Gods kinderen genaamd worden, de barmhartigen zullen barmhartigheid ontvangen.

Het is niet het minst de deugd der barmhartigheid, die er toe bijdroeg het jeugdig Christendom snel te doen stijgen in de achting en waardeering der heidensche wereld. Het heidendom kende geen barmhartigheid. „Ziet hoe lief zij elkander hebben", was de uitroep van verbazing en bewondering, die de eerste Christenen, door de werken hunner barmhartigheid, ontlokten aan hunne heidensche tijdgenooten.

26

Sluiten