Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanricht ten opzichte van de gezondheid, de welvaart en de zedelijkheid.

Wat de gezondheid betreft, het geregeld gebruik van alcoholica, dat zoo licht in misbruik ontaardt (indien niet alle gebruik als genotmiddel als misbruik is te beschouwen), ontreddert het zenuwstelsel, misvormt belangrijke organen, bevordert ziekten en verkort den levensduur. Het veroorzaakt ook vele ongevallen (denk aan den Maandagtop in de statistiek). Het gezinsleven wordt er grootelijks door geschaad. De kinderen leeren al vroeg drinken, en er wordt een gedegenereerd geslacht verwekt, gepraedisponeerd voor tuberculose en dergelijke.

Wat de welvaart aangaat, de arbeidsprestatie wordt erdoor verminderd en het gevoel, beter erdoor te kunnen werken, is bedriegelijk. Het geld wordt op ondoelmatige wijze besteed, en onttrokken aan hetgeen waarvoor het noodig is. De arbeider wordt minder bekwaam tot den socialen strijd, terwijl toch de H. Schrift zoo nadrukkelijk de nuchterheid aanbeveelt. Komt straks de achturige arbeidsdag, dan zal het ook zeer noodig zijn te zorgen, dat de vrije tijd niet aan drank wordt verslingerd.

Wat de zedelijkheid aanbelangt, de misdadigheid wordt door het alcoholisme zeer bevorderd; Wijntje en Trijntje gaan samen, en de grootste misdadiger is de alcohol zelf door het bedriegeïijke en geleidelijke van zijn verderfelijke werking.

Er moet dus iets gedaan worden, want er is wisselwerking tusschen de sociale ellende en het alcoholisme. Maar wat?

II. We moeten (vooreerst) niet ons tevreden stellen met het wegnemen van enkele gevolgen van dit kwaad, doch ons in de eerste plaats richten tegen de oorzaken ervan. Bureaux van consultatie, reclasseerings-werk, sanatoria enz. zijn heel nuttig, doch redden slechts individueel, en voorkomen is 'beter dan genezen.

Ten tweede: men moet uitgaan van de menschen en niet van de wetten, die zonder zeden toch niet kunnen baten.. Inzonderheid Christenen moeten van die waarheid doordrongen zijn.

Ten derde: het is noodzakelijk steeds veel voorlichting op dit gebied te geven, want velen zijn nog geen drankbestrijders omdat zij niet voldoende van den aard van het alcoholisme op de hoogte zijn.

Het uitnemendste middel is de persoonlijke geheelonthouding. Niet omdat op zichzelf het gebruik althans van wijn of bier ongeoorloofd zou zijn, doch om der wille van der tijden nood, die tot bijzondere maatregelen verplicht om de drinkgewoonte (de kracht bij uitnemendheid van het alcoholisme!) te breken. Matigheid is daartoe voor den arbeider, te slap in zijn omgeving, en voor den patroon te weinig voorbeeldig.

Verder kunnen we aandringen op een goede wetgeving. Het voorbeeld van N.-Amerika en het optreden van ons tegenwoordig ministerie geven goede hope, dat ook deze binnenlandsche vijand zal worden • genekt, b.v. door Local Option, waarvoor ook onder ons groote sympathie bestaat.

Ten slotte, denkt aan onzen betreurden T a 1 m a! Deze sprak in den tijd van zijn ministerschap (1913) in de Groote Kerk te Arnhem voor het tweede Christelijk Congres tegen het Alcoholisme over het woord: „Draagt elkanders lasten, en vervult alzoo de wet van Christus".

Sluiten