Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen wees hij erop, dat de geheelonthouding volstrekt geen offer is, want de hoogste vrijheid is gelegen in het liefhebben van anderen, en het daadwerkelijk betoenen van die liefde. Vinde dat woord ook onder ons meer en meer weerklank!

Nadat Dr. de Moor beëindigd had en het applaus der vergadering was verstomd, zong de vergadering Gezang 50 : 4:

Amen! Jezus Christus! Amen!

Ja, Gij zult in 't groot heelal 't Rijk der duisternis beschamen,

Tot het niet meer wezen zal. Woon, o Heiland, in ons midden:

Onder uwe heerschappij

Zijn wij zalig,zijn.wij vrij; Leer ons strijden, leer ons bidden!

Amen! heerlijkheid en macht

Word' U eeuwig toegebracht!

en werd gepauzeerd. Daarna droeg mej. H. G. Diehl (Amsterdam) eenige verzen voor, waarin gehandeld wordt van stoffelijken en geestelijken nood. Van Roland Holst werden gegeven „De hutten der armen", „de zwoegenden" en „luister nu en wordt blij, tot rnenschheid behooren wij"; van Van Gollem: „Mattenvlechten" en „Bontwever te Gemert"; van Rainer Rilke: „denn Herr die grosze Stadte sind"; van Nijhoff: „Sonate Pierrot"; van Guido Gezelle: ,,'t bevier" en van Nelly van Kol: „op en neder gaat de slinger van de klok". Ook deze verzen oogstten warm applaus.

Hierna sprak Dr. P. J. Kromsigt (Amsterdam) over: „Het sociale vraagstuk ook een zedelijk vraagstuk".

Eigenlijk moest het niet noodig zijn de zedelijke zijde van het soc. vraagstuk nog in 't bijizonder aan te wijizen. Doch vele courantenartikelen en gesprekken, ook onder Christenen, doen telkens denken aan een leekedichtje van De Génestet, dat hier met eenige variatie van toepassing is:

Mijn economie en mijn ethiek,

Die leven saam en stoeien; Het is je een lust om aan te zien,

Zoo'n recht economisch knoeien.

Daarom is het spreker aangenaam die zedelijke zijde nog eens meer opzettelijk in het licht te stellen.

Godsdienst en zedelijkheid omvatten heel ons mensohelijk leven, óók het economische. Hiermee staan we vierkant tegenover de liberale leuze, die gelukkig onder liberalen zelf begint te verouderen: godsdienst is privaatzaak, een leuze, ook door de socialisten overgenomen, èn tegenover de z.g.n. klassieke economische school. Deze school ging uit van de optimistische gedachte: de mensch is van nature goed, en kwam zoo tot het geloof in een van nature goede maatschappij, als men alles maar vrij groeien liet op den grondslag van „het welbegrepen eigenbelang". Hoe wreed werd men ontnuchterd! De mensch

Sluiten