Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MSddelgroote bedrijven. Zorg voor kleine- en — 112, 115. Middenstand. Functie van den — 92.

„ Historische verklaring van het begrip — 92.

„ Middelbaar technisch onderwijs voor den — 113.

„ Onderwijs voor den — 112, 116.

„ Organisatie van den — 104, 115.

„ Overheidssteun aan den — 98.

„ Productiviteit van den — 113, 115, 116.

„ Publiekrechtelijke organisatie van den — 114.

„ Roeping der overheid met betrekking tot den — 107.

„ Versterking van den — 96.

„ Wenschelijkheid tot behoud van den — 93.

Middenstandsbedrijf. Concentratie van het — 113.

„ Handhaving van het — 114.

Middenstandscredietbanken. Het bestaan der — 112, 116. Middenstandsonderwijs. Examen voor — 113, 116. Moderne cultuur. De arbeid der vrouw in de — 208. „ industrie en de sociale kwestie. 409.

„ leven. Uitzetting, der behoeften als een trek van het — 21. „ vrouwenbeweging. 140. Monopolies. Ongeschiktheid of ontoelaatbaarheid van — 82. „ Streven naar fiscale — 42. „ Verzet tegen fiscale — 83. Monopolistische bedrijven. Overheid en — 56.

N.

Naamlooze Vennootschappen. Overheidssteun aan — 84. Naasting van bedrijven door de overheid op grond van zedelijke,

humanitaire of hygiënische overwegingen. 56. Nadeelen van overheidsbedrijven. 48.

Nadeelige invloed van den arbeid der gehuwde vrouw. 213.

Nederland. Het werk der barmhartigheid in — 146.

Neutrale en Christelijke Vrouwenbeweging. Scheiding tusschen — 153.

„ organisatie. Christelijke of — 230. Nieuwe organen. Algemeene behoefte aan — 330.

„ „ Bevoegdheid der — 309, 341.

„ „ Instellen van — 83.

„ „ in de bestaande wetgeving. 332.

„ „ met dwingend vermogen van Staatsorgaan. 319.

„ „ Noodzakelijkheid van — 359.

„ „ Samenstelling en taak der — 312, 337. Nooden in het maatschappelijk leven. De — 369. Normaliseeren der arbeidsprestatie. Het — 274.

Sluiten